Nieuwe publicatie(s): Vertalen is verrassen en de uitleg van Psalm 22

Overhandiging van de afscheidsbundel Vertalen is verrassen aan Jaap van Dorp.

Een maand geleden verscheen:

Cor Hoogerwerf, Mirjam van der Vorm-Croughs en Matthijs de Jong (red.), Vertalen is verrassen. Nieuwe vensters op bijbelse teksten, Haarlem/Antwerpen 2022.

Deze bundel verschijnt ter gelegenheid van het afscheid van Jaap van Dorp bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Lees hier meer over zijn werk.

Het boek bevat maar liefst 38 bijdragen van vakgenoten en collega’s. De artikelen zijn toegankelijk geschreven. De meeste bijdragen gaan over teksten uit het Oude Testament. De opdracht aan de auteurs was om een verrassend perspectief te bieden op de gekozen tekst(en).

Het is een prachtig boek geworden, het is hier te bestellen. Te zijner tijd zullen de bijdragen ook online verschijnen op debijbel.nl.

Mijn eigen bijdrage is getiteld ‘Graven in handel en wandel. De uitleg van Psalm 22:17c vroeger en nu’ (blz. 233-242). De samenvatting luidt als volgt:

Psalm 22 is in de christelijke traditie van oudsher in verband gebracht met Jezus Christus. Voor Psalm 22:17c (in de Griekse vertaling: ‘Zij groeven in mijn handen en voeten’) geldt dit vanaf de tweede eeuw. Deze bijdrage schenkt in het bijzonder aandacht aan de uitleg van Diodorus van Tarsus en Theodorus van Mopsuestia, die deze psalm niet als profetie van Christus wilden lezen. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag hoe een christelijke uitleg er in onze tijd uit zou kunnen zien. Het helpt om onderscheid te maken tussen het eschatologische uitgangspunt van het vroege christendom en de concrete uitwerkingen daarvan in de uitleg van het Oude Testament.

Nieuwe publicatie: ‘Baas over eigen hoofd. De vertaling van 1 Korintiërs 11:2-16 in de NBV21’

In het nieuwste nummer van Met Andere Woorden schrijf ik over de vertaling van 1 Korintiërs 11:2-16, en met name natuurlijk over vers 10. Het artikel is hier online te vinden.

Samenvatting

1 Korintiërs 11:2-16 is een ingewikkeld betoog van Paulus over een beladen onderwerp: de verhouding tussen mannen en vrouwen in de gemeente. Paulus wil duidelijk maken dat een vrouw de eer van haar man hoog moet houden door tijdens het bidden en profeteren het hoofd bedekt te houden. Dit artikel gaat in op de nieuwe vertaalkeuzes die zijn gemaakt in de NBV21. In het bijzonder komt de vertaling van 1 Korintiërs 11:10 aan de orde, waar in de NBV21 staat dat vrouwen ‘zich wat hun hoofd betreft [moeten] beheersen’. In de NBV21 geeft Paulus vrouwen meer agency dan in andere vertalingen. Tegelijk laat deze passage zien dat Paulus onderdeel uitmaakte van een cultuur die ons in veel opzichten vreemd is. Het slot van het artikel schetst hoe deze passage past binnen het grotere geheel van Paulus’ theologie, die wordt gestempeld door de spanning tussen de ideale toekomst en de aardse werkelijkheid.

Bronvermelding

Cor Hoogerwerf, ‘Baas over eigen hoofd. De vertaling van 1 Korintiërs 11:2-16 in de NBV21’ in: Met Andere Woorden 41/1 (2022), 4-17.

Wie verkocht Jozef naar Egypte?

Al eeuwenlang is bekend dat Mozes niet de auteur van de boeken van Mozes was. Maar welke auteurs dan wel verantwoordelijk zijn voor deze teksten en hoeveel, daarover bestaat in de wetenschap geen eenduidigheid. De meest bekende theorie is dat de Pentateuch rond de vierde eeuw voor de gewone jaartelling de huidige vorm heeft gekregen en in de loop van de tijd is samengesteld uit vier bronnen of documenten: J, E, D en P.

In 2012 heeft Joel Baden deze klassieke theorie verdedigd in de monografie The Composition of the Pentateuch: Renewing the Documentary Hypothesis. Hij stelt voor terug te keren naar de ideeën van de vroegste versies van de negentiende-eeuwse documentenhypothese. In de twintigste eeuw is deze hypothese uit de hand gelopen door methodisch niet te rechtvaardigen en veel te gedetailleerde uitsplitsingen en groeimodellen, die als tegenreactie veel scepsis hebben opgeroepen. Baden stelt nu dat, ten eerste, de huidige vorm van de Pentateuch onmiskenbaar is samengesteld uit verschillende bronnen of documenten, en ten tweede dat je deze documenten primair moet reconstrueren op basis van narratieve continuïteit.

Zo weet je dat Genesis 2 tot en met 4 een samenhangend verhaal vormen, dat op geen enkele manier terugverwijst naar Genesis 1. In Genesis 5:1 wordt echter weer teruggegrepen op Genesis 1, zodat hier de bron die begon in hoofdstuk 1 wordt voortgezet.

Eén van de voorbeelden die Joel Baden uitwerkt is de verkoop van Jozef naar Egypte. De vraag is namelijk wie Jozef nu precies verkoopt. In Genesis 37:18-36 komt een klassieke tegenspraak voor:

‘Toen zij hun ogen opsloegen – daar zagen zij een karavaan van Ismaëlieten aankomen uit Gilead, wier kamelen gom, balsem en hars droegen, op weg om dat naar Egypte te brengen. (…). Toen Midjanitische mannen, kooplieden, voorbijgingen, trokken zij Jozef omhoog, haalden hem op uit de put en verkochten Jozef voor twintig zilverstukken aan de Ismaëlieten; en dezen brachten Jozef naar Egypte.  (…) De Midjanieten nu verkochten hem naar Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, de overste der lijfwacht.’ (NBG-vertaling 1951)

Op het niveau van de huidige tekstgestalte lijkt er bedoeld te zijn dat de Midjanieten en de Ismaëlieten in dezelfde karavaan reizen, en dat de ‘ze’ die Jozef verkoopt moet worden ingevuld met ‘de broers van Jozef’. Maar dit lost uiteindelijk tegenspraak niet op: hoe is het mogelijk dat de Midjanieten eerst Jozef aan de Ismaëlieten verkopen en later in Egypte nog een keer aan Potifar?

Er zijn nog meer problemen in het verhaal. Er is bijvoorbeeld spanning tussen Rubens geslaagde poging om de moord op Jozef te voorkomen, en het voorstel van Juda even later om Jozef te verkopen, óók met het argument dat een moord zo vervelend is. Alsof die optie al niet van tafel was.

Bijbelwetenschappers hebben sinds lang ontdekt dat in dit verhaal twee bronnen zijn verwerkt. Die kun je ook splitsen in twee complete, in zichzelf samenhangende verhalen:

Verhaal IVerhaal II
Het plan om Jozef te dodenHet plan om Jozef te doden
19‘Kijk daar eens,’ zeiden ze tegen elkaar, ‘daar komt die meesterdromer aan. 20Dit is onze kans! Laten we hem vermoorden en hem ergens in een put gooien. We zeggen gewoon dat hij door een roofdier is verslonden. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen uitkomt.’ 23Zodra Jozef bij zijn broers was gekomen, trokken ze hem zijn bovenkleed uit, dat veelkleurige gewaad,*.18Zijn broers zagen hem al van ver, en nog voordat hij hen had bereikt, hadden ze een plan beraamd om hem te doden.
Juda voorkomt de moordRuben voorkomt de moord
25bOpeens zagen ze een karavaan naderen. Het waren Ismaëlieten, die uit de richting van Gilead kwamen en op weg waren naar Egypte. De kamelen waren beladen met gom, balsem en cistushars. 26Toen zei Juda tegen zijn broers: ‘Wat hebben we eraan om onze broer te vermoorden? Dan moeten we ook de bloedsporen weer zien uit te wissen. 27Laten we hem aan die Ismaëlieten verkopen in plaats van hem om te brengen; hij is tenslotte onze broer, ons eigen vlees en bloed.’ De anderen stemden hiermee in.21Toen Ruben dat hoorde, wilde hij proberen Jozef te redden. ‘Nee, laten we hem niet om het leven brengen,’ zei hij, 22‘we mogen geen bloed vergieten! Gooi hem in deze put, hier in de woestijn, maar breng hem niet om.’ Zo wilde hij Jozef uit hun handen redden en hem terugbrengen naar zijn vader. 24en *Ze gooiden hem in de put; de put was leeg, er stond geen water in.
Verkoop aan de IsmaëlietenRedding door de Midjanieten
28b*Ze verkochten hem voor twintig sjekel,  25aDaarna gingen ze zitten eten. 28aToen er Midjanitische kooplieden uit de karavaan voorbijkwamen, trokken de broers *zij Jozef uit de put*.
Jozef naar Egypte
en die Ismaëlieten namen Jozef mee naar Egypte.
De reactie van JakobDe reactie van Ruben
31Toen slachtten ze een bokje, pakten Jozefs veelkleurige gewaad en dompelden dat in het bloed. 32Daarna lieten ze het naar hun vader brengen met de boodschap: ‘Dit hebben we gevonden. Kijk eens goed, is dit niet het bovenkleed van uw zoon?’ 33Jakob herkende het en riep uit: ‘Het kleed van mijn zoon! Hij moet verslonden zijn door een roofdier! Hij is verscheurd, Jozef is verscheurd!’ 34Jakob scheurde zijn kleren, deed een rouwkleed om en rouwde over zijn zoon, dagenlang. 35Al zijn zonen en dochters deden hun best om hem te troosten, maar hij wilde niet getroost worden en zei: ‘Ik zal rouw dragen totdat ik naar mijn zoon in het dodenrijk afdaal.’ Zo treurde Jakob om zijn zoon.29Toen Ruben weer bij de put kwam en ontdekte dat Jozef er niet meer in zat, scheurde hij zijn kleren. 30Hij ging naar zijn broers terug. ‘De jongen is weg!’ riep hij. ‘Wat nu, waar moet ik heen?’   
Jozef naar Egypte
36De Midjanieten brachten Jozef naar Egypte en verkochten hem aan Potifar, een hoveling van de farao en commandant van zijn lijfwacht.

De NBV21 is hier minimaal aangepast (*), aan het Hebreeuws hoeft niets te wijzigen.

Het interessante is nu, dat we twee verhalen hebben die zichzelf niet tegenspreken. In het plot en de verhaallijn zitten overeenkomsten, maar die zijn heel verschillend uitgewerkt.

De vraag is nu, wat de beste verklaring is:

  1. Het verhaal is ontstaan als een literaire eenheid, maar wel een vol innerlijke spanningen, om niet te zeggen tegenstrijdigheden.
  2. Het verhaal is samengesteld uit twee eerdere verhalen, die uit het huidige verhaal compleet en zonder veel moeite zijn af te leiden. Zo kun je de spanningen en tegenstrijdigheden verklaren.

Het antwoord is niet moeilijk, lijkt mij.

Nieuwe publicatie: Waarom Jakob in de NBV21 zijn voeten niet opheft

‘DOe hief Iacob sijne voeten op’, lezen we in de Statenvertaling in Genesis 29:1. De Naardense Bijbel vertaalt: ‘Dan heft Jakob zijn voeten op’. In de NBV21 staat er echter: ‘Jakob vervolgde zijn reis’. Waarom heft Jakob in de NBV21 zijn voeten niet op? In deze Met Andere Woorden-blog leg ik uit dat dat te maken heeft met het verschil tussen een taal- en een tekstkenmerk en waarom dat een nuttig onderscheid is bij het bespreken van vertalingen.