Waarom Paulus de opstanding zo belangrijk vindt

Onder bovenstaande titel heb ik een blogpost geschreven voor debijbel.nl. Zie hier.

Het evangelie naar Johannes op de snijtafel

Wie Het evangelie naar Johannes leest, stuit vanzelf op problemen met de narratieve coherentie. Het bekendste voorbeeld is het slot van dit evangelie. In 20:30-31 wordt het afgesloten, maar dan volgt er nog een heel hoofdstuk met opnieuw een afsluiting. Veel wetenschappers denken daarom dat dit laatste hoofdstuk aan een latere redactie van het vierde evangelie moet worden toegeschreven. Zijn er meer indicaties waaruit zou kunnen blijken dat er sprake is van meerdere redactielagen?

De ontleding van de literaire compositie van Het evangelie naar Johannes kan het beste afgaan op indicaties van tijd en plaats en op aanduidingen van de verteller. Na de proloog begint in 1:6 of 1:19 het getuigenis van Johannes. Dan wordt er in de vertelde tijd ongeveer een week dag voor dag behandeld (1:19-28, 1:29-34, 1:40-42, 1:43-51, 2:1-12). De locatie van het verhaal is de overkant van de Jordaan, en vervolgens de reis naar Galilea. Inhoudelijk wordt het verhaal bijeengehouden door verschillende getuigenissen, zowel van Johannes de Doper als van de nieuwe leerlingen.

Met 2:1 begint er een nieuwe cyclus die eindigt aan het eind van hoofdstuk 4 bij de genezing van het kind van de hoveling (4:46-54). Beide verhalen spelen in Kana in Galilea, en bij beide verhalen wordt Kafarnaüm genoemd (en er zijn nog veel meer overeenkomsten). Tussen beide verhalen gaat Jezus naar Jeruzalem voor Pesach (2:13-22, 2:23-3:21) en verblijft nog enige tijd in Judea, maar het perspectief verschuift weer even naar Johannes de Doper die daar ergens aan het dopen is (3:22-36). In hoofdstuk 4 gaat Jezus weer naar Galilea. De reis gaat via Samaria (4:1-3, 4:4-42). Deze verhaalcyclus eindigt, zoals gezegd, weer in Kana.

Nu volgen een aantal verteleenheden die zijn geordend rond een bepaald feest. In 5:1-47 is onduidelijk welk feest, maar veel uitleggers menen dat het hier gaat om het Wekenfeest waarvoor Jezus in Jeruzalem was.

Dan volgt 6:1-71 “kort voor Pesach” (6:4), de vertelde tijd is twee dagen, maar het meest wonderbaarlijke is dat Jezus opeens zonder enige aankondiging weer in  Galilea is.

De lange eenheid 7:1-52, 8:12-10:21 speelt op het Loofhuttenfeest. Daarvoor trekt Jezus vanuit Galilea naar Jeruzalem.

Ten slotte volgt in 10:22-42 het feest Tempelwijding. Dit stuk is het christologische hoogtepunt van het evangelie. Het eindigt met de mededeling dat Jezus terugging naar de overkant van de Jordaan, de plek waar het hele verhaal ook begon.

Hoofdstuk 11 en 12 worden bijeengehouden door verwijzingen naar Lazarus en door vooruitwijzingen naar Jezus’ dood en opstanding. Maar hoofdstuk 11:1-54 is ook de dramatische afsluiting van Jezus’ openbare optreden. In 11:54 staat dat hij zich terugtrekt. In 11:55-57 start, “kort voor Pesach”, weer een narratieve boog van ongeveer een week, die zich dag voor dag uitrolt richting het slot. Zes dagen voor Pesach vindt de zalving plaats in Betanië (12:1-11), dan volgt de intocht en een gesprek over Jezus’ dood  (12:12-36). Ten slotte een afsluitende beschouwing van de evangelist (12:37-50).

De laatste maaltijd (géén pesachmaal) begint weer met de aanduiding “kort voor Pesach” (13:1-30). Aansluitend volgen afscheidswoorden (13:31-14:31), die na een ogenschijnlijke afsluiting gewoon weer verdergaan (15:1-16:33, 17:1-26). Hierop volgt het lijdensverhaal (18:1-19:42), dat begint en eindigt in een olijfgaard. Dan de dag van de opstanding, de tweede verschijning een week later, het boekslot (20:1-18, 20:19-31) en als een soort aanhangsel de verschijning in Galilea met het tweede boekslot (21:1-25).

Ik heb hierboven al enkele aanwijzingen gegeven waaruit zou kunnen blijken dat er minstens één eerdere versie van het vierde evangelie heeft bestaan. Het kan blijken uit het volgende:

  • Het slothoofdstuk 21 lijkt later toegevoegd, heeft een synoptische sfeer en vertoont expliciete sporen van kerkelijke discussies over het leiderschap van Petrus en het levenseinde van de geliefde leerling.
  • De afscheidsrede had kunnen eindigen met hoofdstuk 14 (‘Kom, laten we hier weggaan.’) De daaropvolgende gedeelten lijken een latere toevoeging.
  • In de proloog lijkt het verhaal van Johannes de Doper al te beginnen in vers 6, maar dan wordt het weer onderbroken door allerlei reflecties. Het zou kunnen dat eerst alleen 1:1-5 de proloog was en dat het verhaal begon in 1:6.
  • Het tweede teken in Kana wordt gepresenteerd als het tweede teken überhaupt (4:54), maar intussen heeft Jezus veel tekenen in Jeruzalem gedaan.
  • Hoofdstuk 6 valt op meerdere manieren uit de toon. Jezus bevindt zich op onverklaarbare wijze opeens in Galilea. De notie dat het kort voor Pesach was onderbreekt de regelmatige cyclus van de feesten. Zonder dit hoofdstuk zou het evangelie in het begin en aan het eind een pesachfeest hebben, en in de hoofdstukken 5-10 achtereenvolgens het Wekenfeest (als het vermoeden van veel uitleggers klopt), een Loofhuttenfeest, en Tempelwijding. Dan is de vertelde tijd van het evangelie ruim een jaar, en niet ruim twee jaar zoals het in de versie van het evangelie is die wij nu hebben. Inhoudelijk bevat hoofdstuk 6 veel materiaal dat ontleend lijkt aan de synoptici, en vertoont het sporen van kerkelijke discussies aan het begin van de tweede eeuw. Dit blijkt vooral uit het vermelden van Jezus’ ‘vlees’ in de eucharistie, wat elders in het Nieuwe Testament ongehoord is.

In tegenstelling tot oudere generaties geleerden halverwege de twintigste eeuw is er tegenwoordig terecht veel argwaan tegenover al te gedetailleerde reconstructies van redactielagen en bronnen. Toch is het duidelijk dat Het evangelie naar Johannes sporen vertoont van een redactiegeschiedenis, van ‘updates’ die kennelijk nodig geacht werden in het licht van de vragen van de tijd waarin de johanneïsche gemeenten leefden.

Literatuur (selectie)

M.C. de Boer, ‘”Alle dingen zijn door Hem geworden”: de oorspronkelijke proloog van het evangelie van Johannes‘ (2013, afscheidsrede Vrije Universiteit Amsterdam).

Johannes Beutler, Das Johannesevangelium. Kommentar, Freiburg 2013.

 

 

 

Twee nieuwe publicaties | Two New Publications

NL: In de laatste maanden zijn er twee publicaties van mijn hand verschenen. De tweede is nederlandstalig en is ook direct online beschikbaar in een pre-drukproefversie. De vertaling van een betoog van Išo‘dad van Merv in dit artikel vereist geen specialistische voorkennis. Het betoog gaat over de verhouding tussen het Oude en het Nieuwe Testament, en over allegorische uitleg. Het eerste artikel kan bij mij per e-mail aangevraagd worden.

ENG: In the last few months, I have published two articles. The second is in Dutch and is also directly available online in a pre-proof version. The translation of a treatise of Išo’dad or Merv in this article does not require specialist knowledge. The treatise is about the relationship between the Old and New Testaments, and about allegorical explanation. The first article can be requested from me by e-mail.

Cornelis Hoogerwerf, ‘Origen, “Destroyer of the Holy Scriptures”? Origen and Theodore of Mopsuestia on Ephesians 5,31-32’, in Brouria Bitton-Ashkelony e.a. (eds.), Origeniana Duodecima: Origen’s Legacy in the Holy Land – A Tale of Three Cities: Jerusalem, Caesarea and Bethlehem. Proceedings of the 12th International Origen Congress, Jerusalem, 25-29 June, 2017 (Bibliotheca Ephemeridum Theologicarum Lovaniensium 302; Leuven: Peeters, 2019), 741–752.

Abstract: According to Theodore of Mopsuestia, Origen was the one to blame for introducing pagan methods of interpretation of the Bible into the church. Theodore’s preface to the commentary on Psalm 118(119) contains, apart from polemics against Origen, also the ‘right’ interpretation of Eph 5,31-32. In this New Testament text, Pseudo-Paul connects Gen 2,24, which is about marriage, to the mystery of Christ and the church. In this paper, I will compare Origen’s exegesis with that of Theodore and identify key differences in the hermeneutics of these biblical interpreters.

Cornelis Hoogerwerf, ‘Historische versus allegorische uitleg in de inleiding van Išo‘dad van Mervs commentaar op de Psalmen: Vertaling en bronkritische analyse’, NTT Journal for Theology and the Study of Religion 73.4 (2019) 283-297 (pre-drukproefversie, versie AUP). DOI: 10.5117/NTT2019.4.002.HOOG

Abstract: The introduction to the ninth-century commentary on the Psalms by Išo‘dad of Merv contains a chapter on historical versus allegorical explanation. The first half of this chapter is about Origen and the Greek origin of allegorical explanation. The second half shows the inadequacy of allegorical explanation on the basis of Paul’s interpretation of the rock in the desert as Christ (1 Cor. 10:4). This article contains a Dutch translation and an analysis in which the possible sources of Išo‘dad’s text are discussed with special attention to the work of Theodore of Mopsuestia.

De brontalen en de predikant – Twitterblog