Palmpasen

Het is Palmpasen. In de meeste kerken gaat het vandaag over de intocht van Jezus in Jeruzalem, die eindigt in de tempel. Een veelbetekenend verhaal. Als je daar meer over wilt horen, had je vandaag naar de kerk moeten gaan… Hieronder ga ik in op de geschiedenis van het verhaal zelf.

Foto en schilderij

De Bijbelse verhalen zijn geen exacte weergaven van wat er ‘echt’ gebeurde. Dat is met geschiedverhalen natuurlijk nooit het geval. Dat hebben we al op de middelbare school geleerd. Een verhaal is geen foto – zelfs een foto heeft trouwens al een subjectief element – maar een schilderij. In de beeldende kunst is het begrip ‘allegorie’ een bekend fenomeen. Een abstract begrip, zoals ‘deugd’ of ‘vrede’, wordt in een concrete gestalte uitgebeeld. Zo is het ook vaak in de Bijbelse verhalen: abstracte begrippen worden in concrete details verteld.

De naam Palmpasen is ontleend aan een detail in Johannes’ verhaal. Volgens Johannes kwam een grote menigte vanuit Jeruzalem om Jezus met palmtakken te begroeten (Joh. 12:12-13). Maar in de andere evangeliën is hiervan geen sprake. Bij Marcus hakt de menigte die Jezus vergezelt, takken met bladeren in het veld af om ze voor Jezus op de weg te leggen. Matteüs laat de menigte twijgen van de bomen breken (Mt. 21:8). Lucas laat dit detail weg (Lc. 19:36). Wie heeft er gelijk? Of moeten we alle vier de verhalen harmoniseren? Ik denk dat dit niet de goede vragen zijn. Het gaat om een schilderachtig detail, dat kleur geeft aan het centrale thema van het verhaal, namelijk het koninklijke onthaal van Jezus. Wie van de evangelisten het juiste detail geeft (of geen van allen, dat kan natuurlijk ook), is niet meer te achterhalen.

Een historisch minimum

Hoeveel van het verhaal over de intocht van Jezus kan als historisch betrouwbaar gelden? Als we iets zeker over Jezus weten, is het wel dat hij in Jeruzalem door de Romeinse prefect Pontius Pilatus is gekruisigd, waarschijnlijk rondom het feest van Pesach. Ook is het moeilijk betwijfelbaar dat Jezus in Galilea zijn ‘thuisbasis’ had. Hieruit volgt dat hij waarschijnlijk, net als duizenden andere Joden, enige tijd voor het feest van Pesach richting Jeruzalem is afgereisd en daar ook is gearriveerd. Het feit dat Jezus inderdaad naar Jeruzalem trok en daar voor het feest van Pesach arriveerde, is alvast een historisch minimum dat met redelijke zekerheid is vast te stellen.

Over de historische omstandigheden van die aankomst valt ook nog wel wat aannemelijk te maken. Het is waarschijnlijk dat de reden voor Jezus’ kruisiging te maken had met zijn (vermeende) pretentie de messias ofwel de koning der Joden te zijn. Hierbij moeten we op zijn minst veronderstellen dat sommige volgelingen van Jezus inderdaad meenden dat Jezus de zoon van David was, die de troon van Jeruzalem weer zou gaan bezetten en het koninkrijk van God zou doen aanbreken. We kunnen het ons levendig voorstellen dat de groep rond Jezus in vreugdevolle stemming was, zowel wegens het feest als wegens hun hoopvolle verwachting dat het koninkrijk zou aanbreken, waarvan Jezus de gezant was in naam van de Heer. Rudolf Bultmann, in zijn klassieke Geschichte der synoptischen Tradition, stelt het zo (p. 281):

“Der Bericht von Jesu Eintreffen in Jerusalem met einer Schar von Festpilgern voll Jubel und Erwartung (des nunmehr kommenden Gottesreichs) könnte die geschichtliche Tatsache sein.”

Hoe het ook zij, met historische argumenten valt aannemelijk te maken dat Jezus in Jeruzalem arriveerde voor het feest van Pesach en dat het plausibel is dat Jezus omringd werd door een vreugdevolle schare feestgangers, die op zijn minst voor een deel Jezus voor de messias hielden. Dit ligt aan de basis van de vier evangelieverhalen over de intocht. Of er nog meer gebeurde, is minder zeker.

Gegroeide verhalen

De evangelieverhalen hebben in de loop van de tijd waarin ze werden doorverteld, steeds nieuwe elementen opgenomen en er zijn elementen veranderd. De eerste christenen herinnerden zich de aankomst van Jezus in Jeruzalem, maar die herinnering werd aangevuld, verdiept en geactualiseerd met wat er nadien allemaal gebeurd was. Zo staat het althans vrij expliciet in Johannes 12:16:

“Zijn leerlingen begrepen dit aanvankelijk niet, maar later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hem geschreven stond, en dat het zo ook gebeurd was.”

Vanuit een historisch perspectief blijkt dat verhalen over Jezus werden herverteld in Bijbelse taal en dat er natuurlijkerwijze legendevorming optrad. Zo ook bij de intocht. Matteüs bijvoorbeeld introduceert een tweede ezel. Naast het ezelsveulen van Marcus heeft hij ook een ezelin. Waarom? Waarschijnlijk om het verhaal beter op de door Matteüs expliciet geciteerde profetie van Zacheria aan te laten sluiten, waarin volgens Matteüs van twee dieren sprake was. Zo groeit en verandert het verhaal.

De vondst van de ezel

Als we het toch over dat ezelsveulen hebben, in Johannes gaat Jezus op een ezel zitten die hij (toevallig) zag staan (Joh. 12:14). Hier ontbreekt het stuk waarin Jezus aan twee leerlingen beveelt de ezel(s) in het dorpje op te halen en de leerlingen het precies zo aantreffen als Jezus had voorzegd. Het zou goed kunnen dat dit stuk een latere legendarische uitbreiding van het verhaal is. Want het plot is stereotiep; het komt bijvoorbeeld ook later in het verhaal van Marcus voor (Mc. 14:12-16). Het is een illustratie van Jezus’ bevoegdheid. Niet voor niets wordt de titel ‘Heer’ gebruikt (Mc. 11:3). Het is natuurlijk niet per se onmogelijk dat het zo gebeurd is, maar is het niet waarschijnlijker dat dit gedeelte van het verhaal een latere uitbreiding is van christenen die Jezus als hun Heer beleden?

Het ezelsveulen zelf (of de ezel volgens Johannes, en bovendien de ezelin volgens Matteüs) zou ook een latere vondst kunnen zijn van de vroege christenen. Zo drukten ze hun geloof uit dat Jezus de messias, de koning was die die profeten voorzegd hadden. Bij Johannes lijkt de ezel inderdaad een toevallige toevoeging aan het verhaal te zijn die geïnspireerd werd door de daarna geciteerde profetie (Joh. 12:14-15). En als we bij het vroegste verhaal, dat van Marcus, de hele passage over het ezelsveulen weglaten (Mc. 11:1b-8), is er niets wezenlijks aan het verhaal veranderd en komt het vrij goed overeen met wat hierboven als historisch minimum is voorgesteld. Is het daarom niet waarschijnlijk dat het rijdier bij de intocht een ‘schilderachtig’ element is, dat in de loop van de tijd is aangegroeid?

Natuurlijk kan het altijd nog zo geweest zijn dat Jezus zelf aan de profetie van Zacheria gedacht heeft en met opzet voor een ezel(sveulen) koos als rijdier. In dat geval zouden we deze gebeurtenis kunnen uitleggen als een symbolische, profetische actie van Jezus. Het zou ook wel passen in het soms provocatieve optreden van Jezus. Maar dan moeten we ook aannemen (a) dat Jezus zichzelf op een of andere manier als messias, de zoon van David, zag en (b) dat de Romeinen, altijd gespitst op potentiële oproerkraaiers, op het moment van Jezus’ actie met hun siësta bezig waren.

Tussen wat in het geval van de aankomst van Jezus in Jeruzalem als historisch minimum kan gelden en wat er in de evangeliën over verteld wordt, bestaat een grijs gebied waarover alleen te spreken valt in waarschijnlijkheden. Wel zeker is dat de evangeliën willen verkondigen over de intocht van een koning die niet van deze wereld is. Maar, om het met Lucas (19:42) en een zekere J.C. te zeggen: je gaat het pas zien als je het door hebt.

4 thoughts on “Palmpasen”

  1. Cor,
    Aardig stukje, en perfect getimed !

    Helaas heeft jouw betoog rondom een ‘historisch minimum’ mij niet overtuigd. Ik lees slechts een opeenvolging van gebeurtenissen verhaald in de evangelien, maar geen aanwijzingen (laat staan bewijzen) dat zij ook werkelijk plaatsgevonden hebben. Ook de discussie van de relatieve waarschijnlijkheid van de (nogal van elkaar verschillende) versies ervan, wordt niet door bewijzen onderbouwd.

    Over het aantal ezels bij de intocht in Jeruszalem hebben we het eerder al gehad. Zag net nog een verklaring die ik nog niet kende (van Cornelius a Lapide), voor de 2 ezels in Matheus: de moeder ezel symboliseert de Joden (die zuchten onder het juk van de Torah), en de jonge ezels zijn de ‘gelovige niet-joden’, die nog jong en ongetraind zijn.

    Wat leren we hieruit: door onzorgvuldig lezen, en willekeurige symboliek, kunnen we alles in de evangelien ‘verklaren’, zonder de werkelijke betekenis te doorgronden.

  2. @Cor
    Even iets wat maar zijdelinges gerelateerd is, maar ik zou wel benieuwd zijn naar jouw gedachten bij dit artikel dat zaterdag in Trouw stond. Gaat erom dat Jezus te begrijpen is als een mimus, een soort clown. Toen ik begon leek het me onzinnig, maar uiteindelijk weet hij zijn verhaal volgens mij aardig te onderbouwen… voor een leek als ik dan.

  3. Beste Bram, leuk, ik heb dat artikel gezien en ik speelde met de gedachte om er een blogje aan te wijden. Nu je erom vraagt, zal ik dat vandaag of een van de komende dagen zeker doen.

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s