Clowneske De Haas over Jezus als nar

Theoloog Gerard de Haas meent het  ei van Columbus gevonden te hebben ten aanzien van de historische Jezus, zo blijkt uit zijn paasartikel in Trouw. Jezus zou een (soort) nar geweest zijn, die de bestaande verhoudingen op zijn kop zette. Dat het artikel enkele uren vóór 1 april werd gepubliceerd, zal geen toeval zijn. De Haas zit vermoedelijk bulderend van het lachen de reacties onder zijn artikel te lezen.

Het artikel (ik ga het hier niet samenvatten) volgt namelijk het gebruikelijke procedé van reli-thrillers en voor het effectbejag geschreven kwakwetenschap (de laatste term is van Jona Lendering):

  • Verzin een invalshoek die de traditionele kijk op de religie onderuit haalt en die het liefst streng religieuze mensen zou kunnen schokken. Dit appelleert aan de breed levende afkeer jegens geïnstitutionaliseerde religie. Dus: Jezus als nar.
  • Poneer dat dit dé oplossing is voor het probleem waar geleerden al tijden hun hoofd over breken:

“Een eeuw wetenschappelijke discussie leidt uiteindelijk tot maar één conclusie.”

  • Suggereer een complot of op zijn minst een verborgen agenda bij de gevestigde wetenschap:

“Ik vermoedde een taboe: de redacteuren probeerden angstvallig zaken die het christendom raakten buiten hun normale wetenschappelijke werk te houden.”

  • Voer alle mogelijke aanwijzingen en parallellen aan die je visie lijken te ondersteunen. Poneer aan de ene kant zeer grote, nauwelijks controleerbare concepten (“Indo-Europese armoedebeweging”) en aarzel aan de andere kant niet om specifieke parallellen te verdraaien in je eigen voordeel en selectief te winkelen in het bronmateriaal.

Met name dit laatste punt vergt enige toelichting. Het grote gebaar van een Indo-Europese armoedebeweging is wel erg gemakkelijk en verklaart daarom niet zoveel. Sowieso is het de vraag of je enigszins op elkaar lijkende fenomenen die zowel geografisch als chronologisch zeer ver van elkaar zijn verwijderd, onder de term ‘beweging’ kunt vatten. Bovendien: overal zijn arme mensen, overal zijn protestbewegingen, overal vindt je kritiek op en spot met de gevestigde orde. Is hier niet gewoon sprake van iets algemeen menselijks?

Dan de meer specifieke parallellen die De Haas aanvoert. Allereerst vinden we een geval van verdraaiing van de bron:

“In 1906 publiceert de Duitse geleerde Paul Wendland ‘Die Dornenkrönung Christi’. Hij beschrijft het ritueel van de ‘Saturnaliakoning’. De Saturnalia waren het Romeinse carnaval, dat in Rome eind december en elders in het Romeinse rijk bij het aanbreken van het voorjaar gevierd werd. Wendland beschrijft het geval van een Alexandrijn uit de eerste eeuw van onze jaartelling, Karabas. Romeinse soldaten roepen hem tijdens het carnaval uit tot koning, bekleden hem met een koninklijke mantel, geven hem een riet als scepter in de hand en zetten een papyruskroon op zijn hoofd. Daarna bespotten zij hem, slaan hem met het riet en kruisigen hem.”

De antieke bron van dit verhaal is Philo’s In Flaccum 33-40. Maar dit geval heeft niets te maken met de Saturnalia (het gebeurt in de eerste helft van 38 n.Chr.) en werd ook niet door Romeinse soldaten uitgevoerd, maar door het plebs van Alexandrië. De genoemde Karabas, een geestelijk gestoorde, kreeg inderdaad een papyruskroon aangemeten, naast een riet als scepter en een vloerkleed als mantel. Dat men hem daarna bespot, geslagen en gekruisigd zou hebben, is volslagen uit de lucht gegrepen. Veel interessanter is dat de Alexandrijnen deze vertoning (die ze van het theater hadden afgekeken) opvoerden als bespotting van Herodes Agrippa I, die vanuit Rome op doorreis naar Palestina Alexandrië aandeed.

Dezelfde Agrippa wordt trouwens enige jaren later wederom het object van spot, en wel na zijn dood, waarover ook in Handelingen 12 bericht wordt. Josefus schrijft dat de soldaten in Caesarea in het openbaar luxe feesten organiseerden om te vieren dat Agrippa dood was. Ook voerden ze (de beelden van) zijn dochters uit hun huis naar bordelen, waar zij er dingen mee deden die Josefus te schandelijk vindt om te beschrijven (Jos. Ant. 20.356-359). Dit waren overigens dezelfde troepen als die aanwezig waren bij Jezus’ dood.

In het artikel van De Haas vinden we ook een zeer opmerkelijke misduiding:

“De ‘Pauly-Wissowa’, de immense, gezaghebbende encyclopedie van de Oudheid, doet in zijn laatste editie (uit 1983) een interessante mededeling over een Romeinse mimus die in de eerste eeuw van onze jaartelling een nieuwe godsdienst had gesticht in Rome. Hij verzamelde een groep aanhangers om zich heen, die standhield – ook na de kruisiging van de mimus.”

Hier houdt De Haas de lezer voor de gek, of hij steunt op onnauwkeurige aantekeningen, of allebei. Er zijn namelijk geen meerdere edities van de Pauly-Wissowa; het laatste, 83e inhoudelijke deel verscheen in 1978. Het artikel waar De Haas naar verwijst, ‘Mimos’ van E. Wüst, verscheen in deel 15.2 (1932). Vervolgens is de beschrijving van de eerste-eeuwse parallel zeer onzorgvuldig (misleid door het compacte Duits?). Wüst verwijst namelijk naar een mime van Catullus (Mimographus) over de (fictieve) bandiet Laureolus, die in het stuk gekruisigd wordt. Dit stuk vergaarde in de eerste eeuw een zekere populariteit wegens de grootse opzet en bloed kotsende acteurs (Suet. Cal. 57). Domitianus liet eens een echte bandiet in de rol van Laureolus executeren, waarbij een beer de ingewanden van de gekruisigde opat (Mart. Lib.Spec. 9 [7]).

De Haas vervolgt:

“Opmerkelijk genoeg laat de Pauly-Wissowa erop volgen dat ‘het te ver gaat hier een verband te leggen met de kruisiging van Jezus’.”

Zo staat het niet letterlijk in het artikel. Volgens de auteur gaat het te ver om in verband met Jezus het bestaan van de mime ‘Koning met de doornenkroon’ te postuleren, zoals een geleerde gedaan had. Wel is aannemelijk dat het een populair motief was om een schertskoning op te voeren in dit soort theater.

Het is goed mogelijk dat de soldaten uit Caesarea die de waardigheid van Agrippa I besmeurden, ruim een decennium eerder de gelegenheid te baat namen de (vermeende) koning der Joden te bespotten door hem als een schertskoning uit te dossen. “Hier is hij, uw koning.”

Het voert inderdaad te ver om Jezus te typeren als koningsclown. Men moet dan immers veel bronmateriaal negeren of verdraaien, een cover-up aannemen en zich baseren op zeer oppervlakkige overeenkomsten. Omdat er een veel eenvoudiger verklaring is, moet men bovendien zondigen tegen Ockhams scheermes.

Niettemin brengt De Haas onder de aandacht wat bij christenen misschien wel eens verdwijnt door gewenning aan de verhalen en te ernstige of burgerlijke uitleg. Als we de evangeliën mogen geloven, deed Jezus provocatieve en humoristische uitspraken en waren zijn optredens niet gespeend van theater. In woord en daad zette hij de wereld op zijn kop. Daar hoeft hij echter geen nar of koningsclown voor geweest te zijn. Een charismatische, tegendraadse profeet kan dat ook.

7 thoughts on “Clowneske De Haas over Jezus als nar”

  1. Bram, voordat ik de bronnen had nagetrokken dacht ik ook dat De Haas mogelijk een punt kon hebben. Toen ik preciezer ging kijken concludeerde ik dat het óf heel slecht onderzoek óf een grap moest zijn.

  2. Ik ben natuurlijk blij dat het woord “kwakgeschiedenis” ook voor anderen nuttig is. En ik was blij dit mooie artikel te lezen. Leuke blog!

  3. Mooie blog Cor. Na het lezen van het artikel van De Haas dacht ik ook op onderzoek uit te moeten gaan. Fijn dat dat al voor mij is gedaan😉

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s