Een nieuw Nieuw Testament

Pas is het boek A New New Testament verschenen. Lekker provocatief, de marketing is dus goed voor elkaar. De bedoeling is om teksten uit het vroege christendom die de canon niet gehaald hebben, bij een breder publiek bekendheid te geven. Zou het Nieuwe Testament inderdaad een update kunnen gebruiken?

De keuze van nieuwe teksten

Een council heeft bepaald welke teksten er in dit nieuwe Nieuwe Testament zouden moeten komen. Er is sprake van een duidelijke voorkeur voor gnostische teksten en teksten waarin vrouwen een grote rol spelen. Teksten van meer ‘orthodoxe’ snit uit dezelfde tijd schitteren door afwezigheid.

Het is dus zeker geen historisch voorstel dat de makers van dit nieuwe Nieuwe Testament doen. Ze nemen geen teksten op die serieus kans gemaakt hebben op canoniciteit (zoals de Pastor van Hermas), maar wel een gnostisch traktaat waarvan niet duidelijk is of het in historische zin ‘christelijk’ genoemd kan worden. Bij de samenstelling zijn kennelijk de religieuze voorkeuren van de samenstellers leidend geweest.

Open en gesloten canon

Of je vindt dat er verbeteringen mogelijk zijn aan de collectie van het Nieuwe Testament, hangt af van je criteria. Wat maakt een geschrift ‘canoniek’, maatgevend? Voor christenen in de vierde eeuw waren criteria als apostoliciteit, ooggetuigenschap en openbaringskarakter van belang. Gemeten met de kennis van nu is de canon dan een stuk ruimer uitgevallen dan de criteria zouden toelaten. Bijvoorbeeld de brieven 1 en 2 Timoteüs, Titus en 2 Petrus zouden zeker niet in aanmerking gekomen zijn voor de canon.

Of een specifiek geschrift wel of niet canoniek is, zou misschien wel eens minder interessant kunnen zijn dan het feit dat sommige geschriften een meer onbetwiste canonieke status hebben dan anderen.  De meeste brieven van Paulus en de canonieke evangeliën hadden al relatief vroeg onbetwiste status. Maar daaromheen ligt een rand van minder duidelijk geaccepteerde geschriften. Om maar wat te noemen:  Irenaeus citeert de Pastor van Hermas als heilige Schrift (Haer. 4.34), terwijl Eusebius onder andere 2 Petrus niet erkent en Openbaring verdacht noemt (Hist.Eccl. 3.3, 25).

Het ligt dus allemaal niet zo zwart-wit. Ik zou bijvoorbeeld niet weten wat 2 Petrus voor heeft op de Didache of waarom 1 Timoteüs wel canoniek is en 1 Clemens niet. De laatste brief liegt tenminste niet over de auteur…

Moet in het licht van deze gegevens het Nieuwe Testament worden herzien?  Ik denk dat de vrijwel universeel geaccepteerde collectie van de 27 ‘boeken’ van het Nieuwe Testament behoorlijk goed is gekozen. Circa een kwart van de geschriften is binnen ruim 30 jaar vanaf de dood van Jezus geschreven. Ongeveer de helft is waarschijnlijk geschreven tussen 70  en 100 na Chr. en nog een handvol geschriften in de eerste decennia van de tweede eeuw. Er is eigenlijk geen enkel vroegchristelijk geschrift dat hier echt bij had gemoeten. Aan de andere kant valt dus te discussiëren over de status van de jongste geschriften in deze collectie.

Je zou het Nieuwe Testament kunnen zien als de binnenste, maar steeds wijder wordende ringen rond de ‘bronervaring’ van de historische openbaring van Jezus Christus. De binnenste ring heeft hierbij een hogere status dan de verdere ringen, omdat deze dichter bij het eigenlijke ijkpunt staat. Maar de verdere ringen brengen de ‘bronervaring’ wel verder en laten zien hoe je deze kunt vertalen naar andere contexten. Het Nieuwe Testament is dus een dynamische collectie die overvloeit in de verdere christelijke traditie. Het kan geen kwaad als deze verdere traditie, die zich gelijktijdig met en na het Nieuwe Testament ontwikkelde, wat meer aandacht krijgt onder het grote publiek.

Noot

Wellicht ten overvloede: in de historische/contextuele benadering van de geschriften in het Nieuwe Testament is het gegeven van de canon niet van belang. Het maakt immers voor de interpretatie niets uit of bijvoorbeeld de brieven van Paulus later het gezag kregen dat ze kregen. Een goede contextuele exegeet zou Josefus, Pseudo-Barnabas of Plutarchus met evenveel respect dienen te behandelen als Paulus of de schrijver van een evangelie. Wel kan de canonvorming natuurlijk zelf object van historisch onderzoek zijn.

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s