Een eerste verkenning van de Bijbel in Gewone Taal

Vol verwachting klopte mijn hart toen ik vanmorgen het plastic van een gloednieuw exemplaar van de Bijbel in Gewone Taal haalde dat ik gekocht had bij de boekhandel die ook in de reportage van de NOS figureerde. Al snel passeerden bekende en onbekende passages de revue, en de voorlopige conclusie is helder: het NBG wilde een duidelijke Bijbelvertaling maken, en dat is ze goed gelukt. De teksten laten aan duidelijkheid niets te wensen over, zodat de lezer direct kan beginnen met nadenken over de (soms ingewikkelde) boodschap.

Bijbelvertalingen zijn anders dan andere vertalingen. Dat is omdat er veel meer mensen mee te maken hebben en dus veel meer mensen er een mening over hebben. Het zal immers velen een worst wezen of Sokrates zijn gehoor met “Atheners” (De Win) of “mannen van Athene” (Koolschijn) aanspreekt, terwijl zulk soort kwesties bij de Bijbel op een goudschaaltje worden gewogen. De Bijbel heeft namelijk voor veel mensen een speciale status – ook voor mensen die die status juist willen betwisten.

De keuze om de Bijbel in gewone taal te vertalen, is geen sinecure. (Het vocabulaire van de NBV is circa 12.000 woorden, dat van de BGT 4.000.) Wie ooit met vertalen van antieke teksten bezig is geweest – of college heeft gehad van dr. H.W. Hollander, een van de betrokken vertalers – weet dat je veel stappen moet zetten om zo’n tekst in goed Nederlands te vertalen. Ik moet er niet aan denken dat je dan ook nog maar een beperkt aantal woorden mag gebruiken…

In de beperking van de BGT schuilt echter ook een kracht. De vertalers zijn immers gedwongen geweest om diep door te dringen in de teksten om tot een adequate interpretatie te komen. De vertalers konden zich niet veroorloven om uitlegproblemen op het bordje van de lezer te parkeren. Als je bij het lezen van andere vertalingen vaak nog denkt: wacht, wat staat hier nou eigenlijk? – is dit bij de BGT veel minder het geval. Hierbij zijn natuurlijk keuzes gemaakt en bepaalde interpretatiemogelijkheden uitgesloten, maar dat maakt de BGT niet wezenlijk anders dan andere vertalingen. Zelfs de Statenvertaling is nooit bedoeld om zonder kanttekeningen gelezen te worden. Alleen ligt de grens van de mate waarin de vertaler een eenduidige interpretatie in zijn/haar vertaling heeft verwerkt, duidelijk anders dan bij veel andere vertalingen.

Laat ik eens iets concreets noemen. We beginnen gewoon bij het begin: Genesis 1:1-2.

NBV BGT
In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water [of: en een hevige wind joeg het water op]. In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was leeg en verlaten. Overal was water, en alles was donker. En er waaide een hevige wind over het water.
  • De grammaticale mogelijkheid om Gen. 1:1-3 als volzin te vertalen, is in de NBV in een voetnoot beland. Voor de BGT was dit natuurlijk geen optie.
  • Vers 1 heeft dan nog als enige probleem het in het Nederlands in deze betekenis weinig voorkomende woord ‘scheppen’. Genesis levert echter zelf verderop een synoniem, ‘maken’, dat de BGT hier kiest.
  • De toestandsbeschrijving in vers 2 heeft in de NBV het overbodige woordje ‘nog’ (dat als ik het goed heb mogelijk in een herziening gaat verdwijnen). De BGT ziet hier uiteraard van af en omschrijft tohu wavohu eenvoudig met ‘leeg en verlaten’.
  • De tamelijk duistere voorstelling van duisternis over de tehom is in de BGT gesplitst als twee uitspraken over water en het donker.
  • De veilige keuze van de NBV voor ‘Gods geest’ in de hoofdtekst is in de BGT losgelaten. Er is gekozen voor de vertaling die het best aansluit bij de context en de waarschijnlijke bedoeling. Zo ontstaat een eenduidige, duidelijke beschrijving van de aarde.

In de eerste verzen van de Bijbel wordt het karakter van de BGT dus al duidelijk. Ongewone begrippen zoals ‘scheppen’, ‘oervloed’ en dergelijke zijn geen optie. En er is een doortastende keuze gemaakt aan het eind van vers 2. Dat laatste kan ik zeker waarderen.

Een ander voorbeeld van zo’n doortastende keuze is te vinden aan het einde van het boek Job. Dit weet ik toevallig omdat ik een van de vertalers hierover een keer heb horen spreken. Ook heb ik ooit een artikel gelezen van een Leids hebraïcus die vond dat de gebruikelijke vertalingen het boek Job verprutsten. Wat is namelijk het geval? In onder andere de NBV herroept Job zijn woorden (42:6). Dat wil zoiets zeggen als: Job zit fout met al zijn klachten, God heeft eens even goed gezegd hoe het allemaal zit, en nu moet Job z’n mond houden en toegeven. Deze vertaling is dus cruciaal voor de interpretatie van het boek als geheel. Op grond van een andere uitleg van een Hebreeuws woord heeft de BGT nu: “Nu heb ik troost gevonden voor mijn moeilijke leven.” Job geeft weliswaar toe dat hij het allemaal niet begrepen had, maar in de BGT zwijgt Job omdat hij zich verzoend heeft met zijn situatie door het antwoord van God. Dit is een veel mooier einde.

Ergens anders stuitte ik op een vertaling waarvan ik niet weet of ik er wat betreft de uitlegkeuze zo gelukkig mee ben. In 2 Kor. 5:21 zegt Paulus dat God Christus tot zonde gemaakt heeft (“één gemaakt met de zonde” NBV). De BGT heeft:

“Maar God liet hem de straf voor onze zonden dragen.”

Paulus spreekt echter nergens expliciet over Gods straf in verband met de dood van Jezus Christus. Het is dus maar de vraag of het begrip ‘tot zonde maken’ een straf impliceert. Gaat deze elliptische uitdrukking dan niet eerder over de sfeer van de zonde (en dus lijden en de dood) in tegenstelling tot het participeren in rechtvaardigheid en leven (zie 2 Kor. 5:15.21b)? In het licht van de context en Rom. 8:3 wil ‘tot zonde maken’ dan zeggen dat God Christus in dit zondige bestaan heeft gestuurd, zodat hij er door zijn dood mee kon afrekenen. Op deze manier kan je overigens ook de BGT lezen, alleen moet je dan aannemen dat de straf niet iets is wat God speciaal voor Christus heeft bedacht, maar dat het gaat om de gebruikelijke straf op de zonde, de dood.

Trouwens, niet onvermeld mag blijven dat de BGT de eerste Nederlandse vertaling is die in het Nieuwe Testament gebaseerd is op de 28e editie van Nestle-Aland, waarvan de katholieke brieven gebaseerd zijn op de Editio Critica Maior. Dit houdt in dat er in de katholieke brieven op enkele plaatsen een merkbaar verschil optreedt. In 2 Pt. 3:10 wordt de aarde in de NBV “blootgelegd” (letterlijk: ‘wordt gevonden’), maar in de BGT “verdwijnt” de aarde (letterlijk: ‘wordt niet gevonden’).

Nog een leuke. In de BGT is het geloof volgens Hebr. 11:1 niet meer “bewijs der dingen, die men niet ziet” (NBG-51) – een tekst die nogal eens te pas en te onpas wordt gebruikt – maar “door ons geloof weten we zeker dat Gods hemelse wereld bestaat. Ook al kunnen we die nog niet zien.” Dat is een mooie contextuele vertaling, in overeenstemming met de constatering van Calvijn: Unde etiam apparet, longe falli eos, qui iustam fidei definitionem hic poni existimant; neque enim hic de tota fidei natura disserit Apostolus.

Kortom, mijn eerste indruk van de Bijbel in Gewone Taal is dat het een verrijking is van het Nederlandse aanbod van vertalingen. De BGT is een heel duidelijke Bijbel en dat voegt iets toe. Ik verwacht dan ook dat ik de BGT regelmatig zal raadplegen naast de NBV en de WBV.

2 thoughts on “Een eerste verkenning van de Bijbel in Gewone Taal”

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s