Marcus en de mondelinge traditie

Het Evangelie volgens Marcus is het oudste evangelie. Waar kwam dit vandaan? Kwam het uit het niets? Is dit geschrift het resultaat van schriftgeleerde fantasie? Het wetenschappelijke onderzoek suggereert dat de auteur (‘Marcus’) zijn materiaal goeddeels ontleende aan mondelinge overleveringen omtrent Jezus van Nazaret.

Vroeger zijn de evangeliën qua genre wel bestempeld als sui generis – overigens meer om theologische dan om strikt literaire redenen. Maar ondanks dat de evangeliën wel degelijk een historiografische intentie hebben en overeenkomsten vertonen met de Grieks-Romeinse bios-literatuur, is het niet geheel onterecht om de evangeliën als een geval apart te zien. Marcus ontbeert de stilistische verfijning en het zelfbewustzijn van de ‘echte’ literatuur. De auteur verdwijnt vrijwel geheel achter de stof, zodat vormcritici voor de opkomst van de redactiekritiek zelfs beweerden dat de evangelisten nauwelijks meer waren dan verzamelaars. Dat is een erg eenzijdige, maar ook niet geheel van waarheid gespeende opvatting. Lucas bijvoorbeeld, die zich trouwens als enige expliciet als historicus afficheert, reproduceert zijn bronnen doorgaans behoorlijk getrouw.

Waaruit bestaat het Evangelie naar Marcus? Kort gezegd is dit geschrift opgebouwd uit verschillende reeksen korte verhaaltjes en anekdoten die op een enigszins kunstmatige manier met elkaar zijn verbonden. Marcus 1:21-45 bijvoorbeeld bestaat uit een reeks van genezingen, terwijl Marcus 2:1-3:6 een reeks twistgesprekken bevat en Marcus 4:1-34 een verzameling gelijkenissen. Dit merkwaardige fenomeen zou verklaard kunnen worden door de hypothese dat Marcus ‘brokken’ vaststaand repertoire in zijn werk heeft opgenomen. Dit wordt bevestigd door andere observaties.

De verhalen in Marcus zijn grofweg in te delen in genezingen, exorcismen, onderwijzingen en gelijkenissen. Wanneer men deze typen verhalen afzonderlijk bekijkt, valt op dat ze elk variëren op een eigen patroon. Er ontstaat dus per vertelvorm een voorspelbare vertelvolgorde, maar die uniformiteit is geen knellend harnas, wat blijkt uit opmerkelijke variabiliteit. Dit is precies het kenmerk van een volksverhaal: enerzijds heel bont, anderzijds heel stereotiep. Ook de overvloed aan wonderverhalen wijst in deze richting, want dat zijn bij uitstek geliefde onderwerpen van folkloristische overleveringen. Het feit dat er vele verhalen van hetzelfde type te vinden zijn, die sterk op elkaar lijken, is een indicatie van het herhalende aspect van mondelinge overlevering. Een ander opvallend kenmerk is de stereotiepe karakterisering: Jezus is enkel de held en geneest doorgaans per verhaal één personage. Gecompliceerder wordt het niet. Werner Kelber concludeert (p. 51):

In sum, it is the plurality, uniformity, and variability of the healing stories that attests to their oral production and quality of performance.

De verschillende typen verhalen zijn gerelateerd aan hun ‘heugelijke’ eigenschappen. De strijd met de duivel bij de exorcismen prenten de bevrijdende kracht van Jezus in het geheugen. En de leer van Jezus wordt niet gebracht in een lijstje abstracte voorschriften, want een gevisualiseerde anekdote met een punch line werkt beter als geheugensteuntje. Abstracties hebben weinig waarde voor de verhalenverteller. Bij gelijkenissen is het de verrassende wending in een vertrouwde situatie en het open einde die ervoor zorgen dat het verhaal als gedenkwaardig voortleeft.

Werner Kelber wijst ook nog op de oral syntax die zichtbaar is in Marcus: stereotiepe verbindingen (bijv. “en toen… en toen…”) waarbij van de hak op de tak gesprongen wordt, de verwisselbaarheid van krachtige woorden en (immers vertelde) daden, het folkloristische gebruik van drietallen, de derde persoon meervoud en het historisch praesens, de vele herhalingen die in geschreven tekst overbodig zouden zijn, de gebrekkige karakterontwikkeling van de personages en in plaats daarvan focus op gebeurtenissen die de personages gezicht geven. De eenvoudigste verklaring voor deze fenomenen is dat Marcus inderdaad zijn materiaal uit de mondelinge overleveringen over Jezus putte.

Bij het Evangelie volgens Marcus zijn we dus getuige van een curieus fenomeen, omdat dit geschrift op het kruispunt staat van mondelinge traditie en gestolde vastlegging. Marcus laat ons enerzijds een blik werpen op de verhalen die over Jezus de ronde deden, maar legt deze anderzijds ‘proto-historiografisch’ vast volgens de vereisten van een ander medium.

Literatuur

  • Werner H. Kelber, The Oral and the Written Gospel, Bloomington-Indianapolis 1997 [1983].

2 thoughts on “Marcus en de mondelinge traditie”

  1. Beste Luther, Dat is een interessante vraag. Ik weet lang niet alles van dat specifieke onderwerp, maar ik heb de indruk dat Casey zijn model tot het uiterste doorvoerde. Niettemin zijn een aantal van zijn argumenten best overtuigend. Het voorbeeld van de “zoon van de mens” die heer is van de sabbat is heel bekend: Dit wijst op een Grieks misverstand voor de Aramese term voor mens. En er zijn plaatsen aan te wijzen waar de grammatica van Marcus Aramese invloeden laat zien. Dit fenomeen wijst dus ook naar een traditie waar Marcus gebruik van maakte (mondeling denk ik, al vallen Aramese notities niet uit te sluiten) en de Judese wortels ervan.

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s