Paulus en de Jezustradities (4)

De vorige aflevering van deze blogserie bracht voor het voetlicht dat het genre brief in het vroege christendom niet gebruikt werd om uitgebreid herinneringen aan Jezus op te halen, maar ingezet werd om actuele zaken het hoofd te bieden. Het meest duidelijk is dit in de verhouding tussen 1 Johannes en het vierde evangelie: hoewel de schrijver vrijwel zeker op de hoogte moet zijn geweest van het Evangelie volgens Johannes in enigerlei vorm, merken we daar nauwelijks iets van in 1 Johannes. Een andere parallel om de situatie van Paulus goed in te kunnen schatten is te vinden in de verhouding tussen het Evangelie volgens Lucas en de Handelingen van de apostelen, twee geschriften van dezelfde schrijver. Terwijl we zeker weten dat de schrijver van Handelingen van alles over het leven van Jezus wist te vertellen, blijkt daar vrijwel niets van in de redes die hij zijn personages in Handelingen in de mond legt. Dat komt niet door plaatsgebrek, want de redes zijn over het algemeen tamelijk uitgesponnen. Wat wel steevast aan de orde komt is de dood en opstanding van Jezus. Dus in de verkondiging van de apostelen en andere evangelisten in Handelingen gaat het niet zozeer over het leven van Jezus, maar over Gods redding door de dood en opstanding van Jezus Christus. Jezus’ aardse leven is niet irrelevant, maar verschijnt onder een heel bepaald theologisch perspectief.

Hetzelfde geldt voor Paulus. Voor hem is Jezus’ aardse bestaan niet irrelevant − integendeel, Jezus’ bestaan onder de Joodse wet en zijn Romeinse executie behoren tot het hart van Paulus’ denken − maar dit aardse leven verschijnt onder een specifieke belichting, namelijk Gods redding door het sterven en opstaan van Christus.

De oudste samenvatting van het evangelie is ‘Jezus stierf en is opgestaan’ in verschillende variaties. Dat heeft Paulus niet verzonnen, maar valt met zeer grote zekerheid terug te voeren op de kringen waar Paulus zich na zijn ‘bekering’ bij aansloot. Paulus zegt tevens dat alle apostelen hiermee instemden, ook de ‘steunpilaren’ in Jeruzalem − een claim die moeilijk valt te betwijfelen. Hoe dan ook, als Paulus het heeft over ‘zijn’ evangelie in onderscheid van bijvoorbeeld de partijgangers van Jakobus, kan hij niet bedoelen dat hij een compleet andere boodschap brengt. Het zou kunnen dat eventuele verwarring op dit punt wordt veroorzaakt door het woord ‘evangelie’, waarbij veel mensen aan een verhaal over Jezus’ leven denken. Maar deze term betekent oorspronkelijk niet ‘biografie van Jezus’, maar een heugelijke mare, door een heraut gebracht, en dus in ons geval de blijde boodschap over Gods redding door Jezus Christus, verkondigd door apostelen. Wat Paulus bedoelt met ‘zijn’ evangelie (waarvan hij overigens vindt dat iedereen het zou moeten erkennen, ook de tegenpartij, omdat het gelegitimeerd is door God zelf) is de implicatie van Christus’ dood en opstanding, namelijk dat Gods redding zich buiten de Joodse wet om manifesteert en dat het dus niet nodig is om niet-Joden Jood te maken om te participeren in Christus.

Omdat de dood en de opstanding van Jezus Christus centraal stonden in de verkondiging van Paulus is het niet nodig te veronderstellen dat hij bij wijze van spreken een heel verhaal zoals dat van Marcus of Johannes achter de hand had. Dat lijken christelijke fundamentalisten soms wel te impliceren als ze zeggen dat Paulus kennis over de aardse Jezus kon veronderstellen. Deze implicatie is onaannemelijk, omdat er de veronderstelling aan vast zit dat alles in de evangeliën ‘waar gebeurd’ is en dat Paulus hiervan dus wel op de hoogte moet zijn geweest. In het licht van de historische ontwikkeling van de Jezustradities is het echter, om slechts één voorbeeld te noemen, niet waarschijnlijk dat Paulus dacht dat Jezus op een bijzondere manier verwekt was, zoals latere teksten als de evangeliën naar Matteüs en Lucas het voorstellen. Niettemin komt de aardse Jezus bij Paulus wel ter sprake, alleen niet als een zelfstandige interesse, maar als een constitutief element in zijn theologie.

2 Korintiërs 5,16b

In verband met de (des)interesse van Paulus in de historische Jezus wordt vaak een passage uit 2 Korintiërs vermeld die hier licht op zou kunnen werpen. (Overigens lijkt het me strikt genomen een anachronisme om over Paulus’ eventuele interesse in de ‘historische Jezus’ te spreken, omdat de historische Jezus een modern concept is en Paulus dus helemaal geen (des)interesse gehad zou kunnen hebben. Vandaar dat ik hier de frase ‘aardse Jezus’ gebruik.) Hieronder volgt 2 Kor 5,14-16 in twee vertalingen:

14 Want de liefde van Christus dringt ons, 15 daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.
16 Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees. Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer.

— Vertaling 1951 (NBG)

14 Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, 15 en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. 16 Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden.

— De Nieuwe Bijbelvertaling

In 2 Kor 5,14-15 omschrijft Paulus de kern van het evangelie. Dat is wat hem drijft. Belangrijk is dat hij dit zegt in een verdediging tegenover anderen die, volgens Paulus, “zich op uiterlijke zaken laat voorstaan in plaats van op innerlijke” (2 Kor 5,12 NBV). De consequentie van de liefde van Christus is dat “wij niemand meer naar het vlees kennen”, met andere woorden: niemand meer beoordelen volgens de maatstaven van de wereld. De houding waartegen Paulus zich afzet, is bijvoorbeeld het neerbuigende oordeel over zijn zwakke persoonlijke optreden (1 Kor 2,1-4; 2 Kor 10,1). Een dergelijke houding past niet bij het evangelie. In 2 Kor 5,16b noemt Paulus ten slotte een voorbeeld van een verandering in oordeel bij hemzelf. Vroeger was zijn kennen van Christus ‘naar het vlees’: hij beoordeelde Jezus als gekruisigde, en dus vervloekte, mislukkeling. Vanuit het zojuist genoemde evangelie is dat natuurlijk niet meer het geval. Dit voorbeeld is retorisch effectief: de mensen tegen wie Paulus zich afzet verschillen in principe niet van loochenaars van het evangelie! En dat moeten we natuurlijk niet willen met z’n allen.

Ook hier geldt weer: de aardse Jezus komt aan de orde als onderdeel van Paulus’ betoog, als sprekend voorbeeld van wat het verschil in maatstaven uitmaakt, maar niet als zelfstandige interesse. Het gaat Paulus om de wijze van kennen en oordelen. In deze interpretatie heb ik ‘naar het vlees’ als bijwoordelijke uitdrukking opgevat bij ‘kennen’. Dit volgt onder meer uit de parallellie tussen 2 Kor 5,16a en 5,16b. Maar er bestaat een minderheidsopvatting die ‘naar het vlees’ in 5,16b als een bepaling bij ‘Christus’ leest. Dan staat er: ook al mocht iemand Christus tijdens zijn aardse leven gekend hebben, dan is dat nu niet meer van belang. Met andere woorden: het gaat niet meer om Christus als persoon uit het verleden, maar om Christus als levende Heer. Mocht Paulus dit hier bedoelen (wat ik niet zo waarschijnlijk vind), dan is het eens te meer begrijpelijk waarom Paulus zo weinig over Jezus’ aardse leven zegt. Wellicht zouden we deze opmerking dan kunnen opvatten als een steek onder water richting de mensen uit Jeruzalem die de herinnering aan ‘Christus naar het vlees’ levend hielden. Paulus kon (waarschijnlijk) niet bogen op zulke kennis, behalve van horen zeggen, maar hij weigert dat te zien als een achterstand ten opzichte van rivaliserende apostelen.

In de tweede uitleg zou deze passage dus interessanter zijn voor ons onderwerp. En omdat hierover veel exegetische discussie is geweest, moest ik deze kort behandelen. Maar volgens mij is de uitleg zoals die tot uitdrukking komt in de Nieuwe Bijbelvertaling beter.

Broer van de Heer

In Gal 1,18-19 zegt Paulus dat hij bij zijn bezoek in de jaren dertig aan Jeruzalem Kefas heeft gesproken, “maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer” (NBV; ἕτερον δὲ τῶν ἀποστόλων οὐκ εἶδον εἰ μὴ Ἰάκωβον τὸν ἀδελφὸν τοῦ κυρίου). Deze Jakobus is een van de belangrijkste figuren in de gemeente van Jeruzalem. Samen met Johannes en Kefas behoort hij volgens Paulus tot de “steunpilaren” die met hem een overeenkomst sloten over de verdeling van de verkondiging tussen Joden en niet-Joden (Gal 2,1-10). In een andere brief noemt Paulus naast Kefas en de andere apostelen de “broers van de Heer” die hun vrouw meenemen op hun reizen (1 Kor 9,5; οἱ λοιποὶ ἀπόστολοι καὶ οἱ ἀδελφοὶ τοῦ κυρίου καὶ Κηφᾶς). Wie zijn die “broers van de Heer”, onder wie Jakobus? Om wie zou het anders gaan dan de broers van Jezus, die kennelijk belangrijke posities in de vroege Jezusbeweging innamen? Dat is inderdaad de correcte interpretatie, aangezien deze in twee of drie van Paulus en van elkaar onafhankelijke bronnen wordt bevestigd (Mc 6,3; Joh 7,1-5; Jos Ant 20,200).

In de vroege kerk was deze uitleg niet populair omdat deze de eeuwige maagdelijkheid van Maria ontkracht. Vandaar dat men ‘broer’ meestal opvatte als ‘stiefbroer’ of ‘neef’. Hier koos men op basis van oneigenlijke redenen voor een minder waarschijnlijke interpretatie. Hetzelfde geldt voor opvattingen die tegenwoordig voorkomen in pseudohistorische kringen met betrekking tot Paulus en Jezus. Wil men immers beweren dat Paulus niet over een aardse Jezus spreekt, dan vormt de ‘broer van de Heer’ een lastig obstakel voor de serieuze interpreet. Toch weten lieden die van een biologische broer van Jezus af willen, deze moeilijkheid uit de weg te gaan: ἀδελφός zou hier ‘medegelovige’ betekenen. ‘Broeder’ betekent bij Paulus meestal ‘medegelovige’, dus waarom hier niet? Oppervlakkig gezien lijkt dit een goed argument. Maar waarom vinden professionele exegeten dit niet overtuigend? 

1. In de eerste plaats schrijft Paulus nooit dat broeders en zusters in de gemeenschappen broers of zussen van de Heer zijn. Men is “in de Heer”, maar Paulus schrijft nooit over zijn gehoor als de broers en zussen van de Heer. Er is één passage die wel iets vergelijkbaars zegt. In Romeinen 8 zegt Paulus dat zijn Romeinse broeders en zusters bij God als kinderen zijn aangenomen en dus met Christus mede-erfgenamen zijn van Gods luister. Maar wie die kinderen van God zijn, is nog niet openbaar. Uiteindelijk zullen de uitverkorenen het evenbeeld worden van “zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters” (Rom. 8,29 NBV). Hieruit volgt echter niet dat ‘broer van de Heer’ een algemene aanduiding voor gelovigen is. Want Paulus spreekt hier over een eschatologische situatie die nu nog niet het geval is. Bovendien ontwikkelt Paulus het beeld van de oudste Zoon met vele broers en  zussen als mede-erfgenamen specifiek in deze passage en dit mag daarom niet zomaar veralgemeniseerd worden.

2. Het spraakgebruik van ‘broer van de Heer’ kan niet op gelovigen in het algemeen slaan, omdat Paulus deze aanduiding steeds gebruikt om bepaalde mensen van andere gelovigen te onderscheiden. In Gal 1,18-19 wordt Jakobus zo onderscheiden van Kefas en andere apostelen, evenals de broers van de Heer in 1 Kor 9,5. De broers van de Heer zijn dus een groepje gelovigen die in dit specifieke opzicht verschillen van Kefas en de andere apostelen. Bovendien zijn de broers van de Heer minstens zo in het oog springend in de Jezusbeweging als de apostelen, want anders zou Paulus ze immers niet in dit verband noemen.

3. Aangezien ἀδελφός hier niet de betekenis ‘medegelovige’ kan hebben, maar moet slaan op een bijzondere categorie onder de volgelingen van Jezus, blijft er maar één serieuze optie over: het gaat om de biologische broers van Jezus. Dit past naadloos bij het bewijs, onafhankelijk van Paulus, dat de eerste generaties christenen zich herinnerden dat Jezus broers (en zussen) had. Natuurlijk zijn er met allerlei ingenieuze speculaties alternatieve interpretaties te verzinnen. Het gaat er evenwel niet om wat er allemaal mogelijk is, maar wat waarschijnlijk is in het licht van het historische bewijs.

1 thought on “Paulus en de Jezustradities (4)”

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s