Paulus en de Jezustradities (5)

Paulus’ brieven zijn belangrijk voor het onderzoek naar de prilste oorsprong van het christendom, omdat ze de enige documenten zijn waarvan de auteur met zekerheid de familie en de naaste bekenden van Jezus heeft ontmoet. Bovendien verschaffen de brieven een blik op de vroegste fase van de Jezusbeweging tussen Jezus’ dood en de jaren vijftig van de eerste eeuw. Hieronder volgt een schetsmatig overzicht over wat Paulus over de aardse Jezus zegt. Daarbij moet natuurlijk bedacht worden dat de aardse Jezus voor Paulus is ingebed in het grote verhaal van de zending van de Zoon uit de hemel, diens aardse leven en sterven, en zijn verhoging naar hemelse heerlijkheid. Ook bespreekt Paulus nergens het aardse leven van Jezus als een zelfstandig onderwerp. Nergens blijkt dat mensen uit de gemeenschappen waaraan Paulus schrijft, middels een brief of gezant aan hem gevraagd hadden wat hij van Jezus’ leven wist. Wat hier volgt is dus het antwoord op een vraag waarop de brieven geen direct antwoord geven.

Paulus’ Jezus is net als Paulus zelf een Judeeër (Rom 15,8; Gal 4,4): Jezus kwam voort uit het nageslacht van Abraham (Rom 9,1-5; Gal 3,16), meer specifiek het nageslacht van David (Rom 1,3; 15,12). Hij had broers, waaronder Jakobus (Gal 1,19; 1 Kor 9,5), welke laatste Paulus persoonlijk kende en heeft ontmoet. Jezus leefde (in elk geval) in Judea, wat blijkt uit het feit dat de ‘steunpilaren’ Kefas, Jakobus en Johannes in Jeruzalem zetelen (Gal 1,13-2,10), uit Aramese formules die in de gemeenschappen gebruikt worden (‘Kefas’; ‘abba’ Rom 8,15; Gal 4,6; ‘maranata’ 1 Kor 16,22) en Paulus herinnert de Tessalonicenzen eraan dat de gemeenschappen in Judea eveneens onder hun volksgenoten geleden hebben. Sterker nog, de Judeeërs “hebben de Heer Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd” (1 Tess 2,14-15).

Voor de dood van Jezus is het overbodig alle vermeldingen in de brieven te verzamelen (zie met name 1 Kor 1,17-18; Gal 3,1). Kruisigen was in Romeins Judea voorbehouden aan de Romeinen, en Paulus zegt dan ook dat Jezus gekruisigd werd door “de machthebbers van deze wereld”, wat in deze context in elk geval naar de Romeinen verwijst (1 Kor 2,8; vgl. Rom 13,3). Dus zowel Judeeërs als Romeinen waren betrokken bij Jezus’ executie. Jezus voorzag zijn dood en gaf er in de nacht waarin hij werd uitgeleverd betekenis aan door bij de maaltijd het brood te duiden als zijn te verbreken lichaam ten behoeve van anderen. De beker legde hij uit als teken van een nieuw verbond dat door het geven van zijn leven gesloten zou worden (1 Kor 11,23-25). Jezus ging bereidwillig de dood in (Gal 1,4; 2,20; Fil 2,8). Hoewel de vele verwijzingen naar zijn bloed niet veel meer dan zijn dood hoeven aan te duiden (o.a. Rom 5,9; 1 Kor 10,16), zinspeelt Paulus ook op de martelingen die met de kruisdood gepaard gingen: net als Jezus draagt Paulus littekens met zich mee (Gal 6,17). Jezus werd begraven (Rom 6,4; 1 Kor 15,4). Maar op de derde dag stond Jezus op om in de hemel het koningschap te gaan bekleden (1 Kor 15,4.24-25). De combinatie van dit koningschap, de naam Christus (‘Gezalfde’), de afstamming van David en de claim dat Jezus de vervulling is van de belofte aan de aartsvaders (o.a. Rom 15,8), maakt duidelijk dat Paulus Jezus Christus ziet als de eschatologische verlosser-koning. Maar Gods Zoon werd schijnbaar roemloos, als een vervloekte, door de autoriteiten geëxecuteerd (vgl. Gal 3,13), wat voor de Judeeërs een struikelblok was om hem als zodanig te aanvaarden (1 Kor 1,23). We mogen verder veronderstellen dat Paulus wist dat de meesten van degenen aan wie Jezus verscheen als opgestane, ook volgelingen van de aardse Jezus waren geweest. Dit geldt het duidelijkst voor Kefas en ‘de twaalf’ (1 Kor 15,5). Paulus ziet zichzelf als onderscheiden van deze groep: de openbaring aan hem gebeurde pas op het laatst, terwijl hij, misbaksel als hij was, de gemeenschap van God vervolgde (1 Kor 15,8).

De levenshouding van Jezus Christus wordt door Paulus in enkele grote lijnen getekend. Hij leefde niet voor zichzelf, maar verdroeg beschimpingen (Rom 15,3). Zijn vrijwillige levensovergave is al genoemd: hij was gehoorzaam als een slaaf tot het punt van de kruisdood (Fil 2,7-8). Christus is zachtmoedig en mild (2 Kor 10,1) en vraagt eensgezindheid (Rom 15,5). Deze karaktertrekken gelden als oriëntatiepunt voor het leven in de christelijke gemeenten. De gezindheid van Christus is exemplarisch (Fil 2,5). Met name in beproeving en lijden zijn de gemeenten navolgers van Christus, ook als dat via het voorbeeld van Paulus gebeurt (zie 1 Tess 1,6; 2,14; 1 Kor 4,6; 11,1; Fil 3,17). Geen details of anekdotes over Jezus’ levenshouding dus, maar de genoemde karakteriseringen cirkelen rondom het centrale symbool van het kruis. In de kruisdood kan Paulus heel Jezus’ leven en dus ook zijn levenshouding samenvatten.

Voor Paulus is het theologisch belangrijk dat Gods Zoon een sterfelijk lichaam had (Rom 8,3). Als mens kon Christus zo de tweede Adam zijn (Rom 5,12-21; 1 Kor 15,20-28.45-49) door, na volkomen naar Gods wil geleefd te hebben (2 Kor 5,21) en te sterven voor anderen, op te staan uit de doden om zonde en dood te overwinnen en de nieuwe schepping in te luiden. Dit is het overkoepelende verhaal van Paulus. Het aardse leven van Jezus functioneert als wezenlijk onderdeel hiervan en verschijnt onder het symbool van het kruis in het licht van de werkelijkheid van de verrezen Heer.

De volgende keer ga ik in op de vraag welke uitspraken van Jezus Paulus kende.

Literatuur

  • Hollander, Harm W. ‘The Words of Jesus: From Oral Traditions to Written Record in Paul and Q’. Novum Testamentum 42 (2000): 340-357.
  • Jonge, M. de. Christologie in context: Jezus in de ogen van zijn eerste volgelingen. Maarssen: De Ploeg, 1992.
  • Labahn, Michael. ‘The Non-Synoptic Jesus: An Introduction to John, Paul, Thomas, and Other Outsiders of the Jesus Quest’. Pages 1933-1996 in Tom Holmén and Stanley E. Porter, eds. Handbook for the Study of the Historical Jesus. 4 vols. Leiden: Brill, 2011.
  • Neirynck, Frans. ‘Paul and the Sayings of Jesus’. Pages 511-568 in Frans Neirynck. Evangelica 2: 1982-1991: Collected Essays. Ed. by F. van Segbroeck. Bibliotheca Ephemeridum Theologicarum Lovaniensium 99. Leuven: Leuven University Press-Peeters, 1991.
  • Schnelle, Udo. Apostle Paul: His Life and Theology. Transl. M. Eugene Boring. Grand Rapids, Mi.: Baker Academic, 2005.
  • Scholtissek, Klaus. ‘”Geboren aus einer Frau, geboren unter das Gesetz” (Gal 4,4): Die christologisch-soteriologische Bedeutung des irdischen Jesus bei Paulus’. Pages 194-219 in Udo Schnelle and Thomas Söding, eds. Paulinische Christologie: Exegetische Beiträge Hans Hübner zum 70. Geburtstag. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2000.
  • Walter, Nikolaus. ‘Paul and the Early Christian Jesus-Tradition’. Pages 51-8o in A.J.M. Wedderburn, ed. Paul and Jesus: Collected Essays. Journal for the Study of the New Testament Supplement Series 37. Sheffield: JSOT Press, 1989.
  • Wedderburn, Alexander J.M. ‘Paul and the Story of Jesus’. Pages 161-189 in A.J.M. Wedderburn, ed. Paul and Jesus: Collected Essays. Journal for the Study of the New Testament Supplement Series 37. Sheffield: JSOT Press, 1989.

5 thoughts on “Paulus en de Jezustradities (5)”

  1. @Cor,
    ik heb een paar vragen nav je Paulus-serie:

    – Je hebt het over Jezus’ afstamming van David. In deze bijdrage gaat het uiteraard over dat Paulus uitging van die afstamming, maar in eerdere bijdragen ging jij daar ook van uit.
    Maar is het niet zo dat de geboorteverhalen van Jezus niet als historisch gezien worden en deze voor een deel functioneren om die afstamming van David aannemelijk te maken? Is het feit dat Jezus afkomstig was uit Galilea en de moeite van evangelisten om een afstammingsverklaring te construeren niet een aanwijzing dat Jezus waarschijnlijk niet van David afstamde?

    – Op Freethinker werd afgelopen week dit gepost:
    http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?f=83&t=14993#p473766
    Het gaat over de “broer des heren”-uitspraak in Galaten 1:18 en er wordt betoogd (in navolging van Robert Price) dat Tertullianus in zijn traktaat ‘Tegen Marcion’ spreekt over één van Paulus reizen naar Jeruzalem, maar daarin niet spreekt over de eerste reis, waar hij ‘de broer des heren’ ontmoet heeft. En dat Galaten 1:18 dus wel een interpolatie. Op het eerste gezicht lijkt dit weer een ‘argument from silence’ (je weet hoe ik daar over denk http://lutherzevenbergen.nl/2015/04/argument-from-silence-een-historiografische-verkenning/), maar als de formulering in de grondtekst zo is dat Tertullianus expliciet over één reis spreekt en de eerste reis dus niet kent, dan zou het een punt kunnen zijn. Wat denk jij als je dit leest? Had je dit al eerder gehoord?

  2. Beste Luther,
    Wat betreft de eerste vraag: misschien ben ik niet duidelijk genoeg geweest, maar Jezus’ afstamming van David heb ik nooit neergezet als een historisch gegeven. Wel is het zo dat de geboorteverhalen vooral bezig zijn met Betlehem en de afstamming van David al veronderstellen, wat natuurlijk niet verbaast, omdat de opvatting van Davidische afstamming van Jezus al vóór Paulus gemeengoed lijkt te zijn geweest. Hoe dat historisch zit is een interessante kwestie. Aan de ene kant kan je betogen dat met het messiasschap Jezus ook wel Davidide ‘moest’ zijn volgens zijn aanhangers. Aan de andere kant dachten Joden/Judeeërs uit die tijd te weten tot welke stam ze behoorden (Paulus is Benjaminiet bijvoorbeeld), dus het zou kunnen dat de familie van Jezus volgens henzelf en/of anderen afstamde van David, of dit nu waar is of niet. Genealogisch gezien is er trouwens grote kans dat David stamvader van álle Joden uit de tijd van Jezus was (bedenk maar eens hoeveel voorouders van ons rond 1000 na Chr. leefden).

    Dan de tweede kwestie. Tja, dat is oude koek. Er is een goede reden dat je dit soort dingen alleen tegenkomt in verouderde literatuur van bedenkelijke kwaliteit. Methodisch en inhoudelijk klopt er namelijk niets van. Inhoudelijk, omdat Tertullianus in Adv. Marc. 5,3 aan het betogen is dat Paulus apostel was van de Schepper-God, en als argument voert hij aan dat Paulus bij zijn bezoek aan Jeruzalem alleen bevestiging wilde krijgen van zijn evangelie zonder besnijdenis, en dat als Paulus een andere god dan die van de Joden zou verkondigen, dit hier toch wel aan de orde zou zijn gekomen. Het gaat dus helemaal niet om het aantal bezoeken aan Jeruzalem. Dat is niet relevant voor Tertullianus’ betoog, en hij passeert het eerste bezoek dan ook stilzwijgend, net zoals hij zoveel andere passages uit de Galatenbrief overslaat. Op basis van dit stuk van Tertullianus beweren dat hij een tekst had zonder Gal 1,18-20 is niets anders dan luchtfietserij.
    Dan is er nog de methodische kwestie. Zelfs al zou Tertullianus getuige zijn van de genoemde tekstvariant (wat dus zeker niet het geval is), zou dit slechts een variant zijn, en niet automatisch de beste hypothese voor de oorspronkelijke tekst. Men zou dan moeten aantonen, dat Paulus niet de auteur van dat stukje geweest kan zijn, en dat het waarschijnlijker is dat het toegevoegd is dan dat het weggelaten is. Knappe jongen die dat in dit geval overtuigend weet te doen, eens te meer omdat een weglating goed in Marcions werkwijze zou passen.

  3. Bedankt voor je uitleg Cor,

    mijn gedachte over de afstamming van David was dat als men zoveel moeite doet om het aannemelijk te maken middels een geboorteverhaal (de moeder zelfs naar Bethlehem ‘laat reizen’ om daar, in de stad van David te bevallen), dan is dit misschien wel een aanwijzing dat Die afstamming niet overeen kwam met zijn messias-status. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Als er al een vroege traditie is van die gedachte, dan is het, zoals jij uitlegt, logisch dat zijn volgelingen in ieder geval geloofden in die afstammingslijn.

    “Er is een goede reden dat je dit soort dingen alleen tegenkomt in verouderde literatuur van bedenkelijke kwaliteit.”
    Op Freethinker werd inderdaad geciteerd uit een werk uit 1912 (en Robert M Price, maar ja…)

    “Dat is niet relevant voor Tertullianus’ betoog, en hij passeert het eerste bezoek dan ook stilzwijgend, net zoals hij zoveel andere passages uit de Galatenbrief overslaat.”
    Ik dacht al zoiets, maar heb te weinig compleet zicht op de literatuur om dit te kunnen beoordelen. Het is dus wederom een ‘argument from silence’.

    “Zelfs al zou Tertullianus getuige zijn van de genoemde tekstvariant (wat dus zeker niet het geval is), zou dit slechts een variant zijn, en niet automatisch de beste hypothese voor de oorspronkelijke tekst.”

    Daar had ik nog niet eens aan gedacht, maar dat is natuurlijk ook zo. Als er veel tekstvarianten in omloop zijn moet je niet alleen bewijzen dat de tekst die Tertullianus had een later fragment mist, maar dat dit voor alle varianten het geval is.

    Bedankt en ik lees je Paulus-serie met veel plezier.

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s