Geen grot, geen stal, geen herberg: Een nieuwe lezing van Jezus’ geboorteverhaal

Er is niets mis met alle vrome verbeelding die rond de geboorte en kindertijd van Jezus geweven is. Het Kindheidsevangelie van Jakobus, het Kindheidsevangelie van Thomas en het Evangelie van Pseudo-Matteüs verschaffen stuk voor stuk zeer onderhoudende lectuur. Het meest bekend is natuurlijk het geboorteverhaal in het derde evangelie, zoals dat in de christelijke cultuur meestal gelezen is. Maar de vraag wat de schrijver (laten we die voor het gemak Lucas noemen) nou echt bedoeld heeft, is nog altijd niet helemaal beantwoord. De vraag naar de oorspronkelijke bedoeling is niet zozeer intrigerend omdat je vastgeroeste interpretaties als fantasie kunt doorprikken (hoewel dat ook leuk is), maar het gaat in de eerste plaats eenvoudig om respect voor de bedoeling van de schrijver van een van de meest bekende verhalen uit de wereldgeschiedenis.

Ik schrijf met opzet over ‘de oorspronkelijke bedoeling van het verhaal’. Het is een misverstand dat, zodra je zou weten wat Lucas bedoeld heeft, je ook zou weten hoe het precies gebeurd is. Dat zijn twee verschillende vragen. In deze blog gaat het me om de vertelde wereld zoals Lucas zich die zou kunnen hebben voorgesteld  Die wereld is voor ons grotendeels ontoegankelijk, maar we kunnen er wel een gooi naar doen door aanwijzingen in de tekst te combineren met wat we weten uit andere bronnen.

Het problematische punt van het geboorteverhaal van Lucas is de plek waar Jezus wordt geboren. Was het een grot, of een stal, en waren Jozef en Maria nu echt geweigerd in de herberg? In een belangrijk artikel doet Stephen C. Carlson enkele interessante suggesties, die ik in het vervolg hieronder heb verwerkt (‘The Accommodations of Joseph and Mary in Bethlehem: Κατάλυμα in Luke 2.7’, New Testament Studies 56 [2010], 326-342).

Maria woont in Nazaret als ze bezoek krijgt van een hemelse boodschapper, die haar vertelt dat haar een goddelijke geboorte wacht. Maar volgens de profetieën moet de Zoon van David natuurlijk in Betlehem geboren worden. Daar verblijven Jozef en zijn verloofde Maria dan ook precies op het juiste moment, dankzij de inlijving van Judea bij de provincie Syrië, bij welke gelegenheid de gouverneur Quirinius voor het eerst een volkstelling uitvoerde in Judea. Lucas stelt het zich zo voor, dat Jozef en Maria hiervoor naar de stad van hun voorouder David moesten gaan. Waar ze precies in Betlehem verblijven, vermeldt hij niet expliciet. Maar er zijn, volgens Carlson, twee aanwijzingen die zouden kunnen helpen te verstaan hoe Lucas en zijn eerste lezers/hoorders de gang van zaken begrepen zouden kunnen hebben.

De eerste is, dat iedereen naar zijn eigen stad (εἰς τὴν ἑαυτοῦ πόλιν) moest gaan. In plaats van de verregaande aanname dat Lucas bedoelt dat Jozef alleen maar naar Betlehem ging wegens zijn afstamming van David, is het niet vergezocht te veronderstellen dat Jozef naar zijn eigen stad ging, dat wil zeggen de stad waar hij met zijn familie woonde. Zo ging dat in elk geval bij Romeinse volkstellingen. Met andere woorden: terwijl Maria zeker in Nazaret woonde, horen we van Jozef allereerst dat Betlehem zijn stad was. Vandaar dat hij ook daar moest zijn voor de volkstelling. In het licht hiervan is het geen gekke veronderstelling dat Jozef en Maria onderdak kregen bij de familie van Jozef.

De tweede aanwijzing is, dat Maria expliciet wordt aangeduid als Jozefs verloofde (τῇ ἐμνηστευμένῃ αὐτῷ). Maar bij de bevalling is het zeker dat ze samenwonen, en dus getrouwd zijn. Wellicht moeten we veronderstellen dat Jozef, naar Joods gebruik, in Nazaret een verloving was aangegaan met zijn aanstaande vrouw, waarna hij haar naar zijn familie in Betlehem meenam om het huwelijk te voltrekken.

Deze situatie werpt ook nieuw licht op de plek waar Jezus, volgens Lucas, werd geboren. Een doorsnee huis in die tijd werd bewoond door de familie in brede zin, inclusief het vee. Tussen de ruimte voor het vee en de verhoogde ruimte voor de familie bevonden zich vaak een of meerdere voederbakken. Bij familie-uitbreiding werd er naast of op het huis een extra ruimte aangebouwd. Een pasgetrouwd stel kon zo de eerste tijd van hun huwelijk in het huis van de vader van de bruidegom wonen. Stel dat Lucas deze situatie veronderstelt, dan doet zich het volgende scenario voor. Jozef en Maria verbleven in een aangebouwd huwelijkskamertje in het huis van de familie van Jozef. Toen de tijd van de geboorte aanbrak, baarde Maria haar eerstgeborene. Maar omdat ze geen plaats hadden in hun (krappe) onderkomen (διότι οὐκ ἦν αὐτοῖς τόπος ἐν τῷ καταλύματι), legde Maria het kind in de voederbak in de hoofdruimte van het huis.

Na enkele weken gaat het pasgetrouwde stel, zoals gebruikelijk, het huis uit om een eigen familie te starten. Ze kozen voor Nazaret in Galilea, ‘een stad voor henzelf’ (εἰς πόλιν ἑαυτῶν).

Geen grot, geen stal, geen herberg, en al helemaal geen norse herbergier. Maar deze interpretatie van Lucas’ verhaal is wel exegetisch en historisch goed onderbouwd. Het zou kunnen, dat we hiermee een stap dichter bij de vertelde wereld van Lucas komen.

7 thoughts on “Geen grot, geen stal, geen herberg: Een nieuwe lezing van Jezus’ geboorteverhaal”

  1. Het grote bezwaar van deze hypothese is dat de bedenker ervan wel degelijk aan het historiseren geslagen is.

    “In plaats van de verregaande aanname dat Lucas bedoelt dat Jozef alleen maar naar Betlehem ging wegens zijn afstamming van David, is het niet vergezocht te veronderstellen dat Jozef naar zijn eigen stad ging, dat wil zeggen de stad waar hij met zijn familie woonde. (…). Met andere woorden: terwijl Maria zeker in Nazaret woonde, horen we van Jozef allereerst dat Betlehem zijn stad was.”
    Maar van Jozef horen we helemaal niet allereerst dat Betlehem zijn stad was. Lukas schrijft over Jozef allereerst, dat hij (in het kader van Augustus’ volkstelling) vanuit Nazaret naar Betlehem reisde; en wel omdat hij ‘van het huis en het geslacht van David was.’ Volgens Lukas betekent je ‘eigen stad’ (ἡ ἑαυτοῦ πόλις) in dit verband dus: de stad waar je voorgeslacht vandaan kwam. Dat Jozef naar Betlehem ging om te trouwen staat niet alleen nergens, het is alleen maar ‘niet vergezocht’ als je gaat historiseren.

    “De tweede aanwijzing is, dat Maria expliciet wordt aangeduid als Jozefs verloofde (τῇ ἐμνηστευμένῃ αὐτῷ). Maar bij de bevalling is het zeker dat ze samenwonen, en dus getrouwd zijn. Wellicht moeten we veronderstellen dat Jozef, naar Joods gebruik, in Nazaret een verloving was aangegaan met zijn aanstaande vrouw, waarna hij haar naar zijn familie in Betlehem meenam om het huwelijk te voltrekken.”
    Ook hier speelt de veronderstelling (“wellicht moeten we veronderstellen”) zich niet meer op het tekstuele, maar op historisch niveau af. De tekst meldt im- noch expliciet iets over het huwelijk van Jozef en Maria (en lijkt daarin dus niet geïnteresseerd, anders zouden we er wel iets over vernemen). En hoezo is het ‘bij de bevalling zeker dat ze samenwonen, en dus getrouwd zijn. Jozefs naam wordt rond het bevallingsverhaal helemaal niet genoemd; pas als de herders arriveren duikt hij weer in het verhaal op.
    Volgens de tekst gaan Jozef en Maria uiteindelijk weer naar ‘hun eigen stad Nazaret’ terug (εἰς πόλιν ἑαυτῶν, 2.39), en niet naar ‘een stad voor henzelf. De meest voor de hand liggende interpretatie van ‘hun eigen stad’ is toch wel, dat ze daar beiden vandaan kwamen.

    Wat wél klopt is het verhaal over de κατάλυμα (geen herberg maar een gastenverblijf) en de φάτνη (wel een voerbak, maar niet noodzakelijkerwijs in een stal: φάτναι bevonden zich inderdaad ook in gewone huizen). Maar eerlijk gezegd: dat wisten we toch echt al lang…

  2. Beste Gert Knepper,

    Dank voor de reactie. Zoals in de blogpost uitgelegd, gaat het erom hoe Lucas het verhaal bedoeld zou kunnen hebben. Lucas heeft het bedoeld als een historisch verhaal, en daarom is het relevant te vragen naar welk historisch scenario voor ogen gehad heeft. Dat is iets anders dan historiseren.

    De traditionele en ook de meest gangbare wetenschappelijke lezing van dit gedeelte leidt ertoe dat we moeten aannemen dat Lucas een scenario heeft ontworpen waarin gemakkelijk gaten te schieten zijn vanuit de gangbare praktijk van die tijd (census in voorouderlijke stad; waarom moest Maria mee?). De voorgestelde interpretatie heeft als voordeel dat het beter past bij de cultureel-historische verwachtingen van die tijd.

    Als iedereen naar zijn eigen stad ging (3), en Jozef dat ook deed (4a), mogen we concluderen dat Betlehem Jozefs stad was. 4b teruglezen in 3 draait de vertelvolgorde om. Verder, als we lezen dat Jozef met zijn verloofde op reis is, betekent dit dat hij haar meeneemt naar zijn familie, en dat bij aankomst het huwelijk wordt voltrokken. Wat betreft 2:39, als er staat dat iemand tien slaven van hemzelf roept (19:13) betekent dit niet dat dit de enige zijn. Evenzo is ‘een stad van henzelf’ niet noodzakelijk hun enige stad (aldus Carlson).

    κατάλυμα is overigens geen ‘gastenverblijf’. Carlson laat nu juist zien dat dit een te specifieke interpretatie is.

  3. Dag Cor,
    Mijn bezwaar tegen Carson is nu juist, dat hij geen antwoord geeft op de vraag welk historisch scenario Lukas voor ogen heeft gehad, maar veeleer zoekt naar de historische werkelijkheid achter Lukas’ verhaal. Dat Lukas zijn verhaal bedoeld zou hebben als een historisch verhaal, is een misleidende (eufemisme voor: incorrecte) uitspraak: het antieke historiebegrip is niet identiek aan het moderne. Lukas schrijft in eerste instantie Heilsgeschichte, en dat is toch echt iets anders.
    Vers 3 vermeldt expliciet dat iedereen “op reis ging (…) naar zijn eigen stad”. Kennelijk woonden die iedereen dus niet in hun eigen stad. Dat gold ook voor Jozef: hij reist vanuit Nazaret (met toch wel de implicatie dat hij daar woonde) naar zijn eigen stad. Waarom is Betlehem zijn eigen stad? Dat staat er bij: omdat Jozef van David afstamde.
    Dat Jozef zijn verloofde meeneemt, impliceert in het geheel niet “dat hij haar meeneemt naar zijn familie.” Het is mogelijk dat de evangelist daaraan dacht – maar in elk geval zwijgt hij daar dan over. En dat “bij aankomst het huwelijk wordt voltrokken” is al helemaal niet uit de tekst op te maken. Zo lust ik er nog wel een paar: zou Jozef bejaarde vader Eli bij die bruiloft een ABC hebben voorgedragen?
    Wat betreft 2.39: daar staat niet “een stad van henzelf”, er staat (εἰς) πόλιν ἑαυτῶν; dat is qua constructie goed vergelijkbaar met 2.4 εἰς πόλιν Δαυὶδ. Bij mijn weten kiest niemand in 2.4. voor de interpretatie ‘(naar) een stad van David’. Dat het (bepalend) lidwoord (vóór πόλιν) na een prepositie ontbreekt is in de Koinè natuurlijk niets bijzonders, zie in datzelfde vers ἐξ οἴκου καὶ πατριᾶς Δαυίδ. De meest voor de hand liggende betekenis van (εἰς) πόλιν ἑαυτῶν is toch echt ‘de stad van henzelf’, ‘hun eigen stad’, een niet ‘een stad van henzelf’. Wat zou dat overigens moeten betekenen, ‘een stad van henzelf’? Hielden ze er een handvol steden op na?
    De vergelijking met 19.13 gaat niet op. Daar staat geen prepositie, en δέκα δούλους kan daar grammaticaal niets anders betekenen dan ‘tien slaven’, waarbij inderdaad in het midden wordt gelaten hoeveel slaven die iemand in totaal bezat. Als de auteur had willen uitdrukken dat die tien slaven zijn gehele slavenbezit vormen, had dat alleen maar gekund en gemoeten met het bepalend lidwoord.
    Je hebt gelijk: een κατάλυμα is ruimer dan ‘gastenverblijf’: het is de plek waar iemand tijdelijk de nacht of een paar nachten doorbrengt, en dat kan ongeveer overal zijn. Met het bepalend lidwoord τῷ ervoor wordt de betekenis zoiets als ‘de accommodatie waarin het echtpaar normaal gesproken zou bivakkeren’ – en ook dat kan dus overal zijn. Zeker: ook bij familie, maar ja: die wordt dus nergens genoemd.
    Je kunt de redenering ook omdraaien: stel dat Lukas inderdaad bedoelde wat Carson hem wil laten zeggen, zou hij (Lukas) het dan zo lapidair en duister hebben gezegd als hij het zegt?
    Mijn antwoord op die vraag zal inmiddels wel duidelijk zijn.

  4. Beste Gert,

    Je bezwaar tegen Carlson is helaas ongegrond. (Tenzij je in zijn artikel aan kunt wijzen waar Carlson verder gaat dan het in het verhaal veronderstelde historische scenario.)

    Laat ik het eens extra duidelijk zeggen: zoals ik in mijn conclusie van de blogpost verwoord, zou het kunnen dat Carlson gelijk heeft. Met andere woorden: ik wil zijn hypothese serieus overwegen, om te kijken of deze de tekst beter verklaart dan alternatieve interpretaties. Het zou kunnen dat de stelling dat Jozefs domicilie in Betlehem was gelegen, uiteindelijk stukloopt op 2:39. Maar dan moet wel duidelijk worden, dat dit vers deze stelling uitsluit. Ik ben daar nog niet zo van overtuigd.

    Dat Lucas het zo vaag houdt, wil alleen zeggen dat het voor hem kennelijk niet zo belangrijk was. Wat voor hem impliciet (en dus vanzelfsprekend) was, moeten wij zien te reconstrueren. Daarom is dit een nuttige exercitie. Niet om de ‘gaten’ in het verhaal op te vullen, maar om wat er wel staat beter te begrijpen.

  5. Dag Cor,
    Er is uiteraard niets op tegen om traditionele interpretaties van welke tekst dan ook kritisch te benaderen. Elke serieuze hypothese verdient serieuze (over)weging.
    Mijn probleem met Carsons hypothese is dat hij op basis van de tekst een historische werkelijkheid suggereert die plausibeler is dan het verhaal van de tekst zelf. Dat noem ik historiseren. Zie maar:
    Maria wordt bij Lukas geïntroduceerd als wonend in Nazaret (1.26, 56) en als verloofd met Jozef, wiens eerste actie in het evangelie eruit bestaat dat hij, samen met Maria, Nazaret verlaat (2.4). Na een verblijf elders “keren ze terug naar Nazaret, hun stad” (2.39).
    Daar gaat toch logischerwijs de suggestie van uit dat Jozef (volgens Lukas) eveneens in Nazaret woonachtig was? Carson meent, dat Lukas bedoelt dat Jozef een verloofde in een ander land had (over onwaarschijnlijkheden gesproken), en toevallig bij die verloofde op bezoek was toen het decreet van Augustus door kwam. Vervolgens reizen beiden naar Betlehem dat ‘must have been the place where they finalized their matrimonial arrangement’. Tjonge, en dat allemaal zonder dat Lukas daar ook maar met één woord over rept…
    Laat ik eens een andere suggestie doen. Dat Maria zo nadrukkelijk als verloofde van Jozef wordt gepresenteerd (1.27, 2.5) en dus niet als zijn vrouw, is niet bedoeld als voorsorteren op een komende huwelijksplechtigheid: het gaat erom dat de lezer niet misverstaat dat Maria maagd is (1.27 παρθένον ἐμνηστευμένην!, 1,34) en dat haar kind dus geen menselijke vader heeft. Zodra dat kind is geboren, heeft Lukas geen enkele belangstelling meer voor de relationele status van Maria: die is dan natuurlijk ook niet meer relevant. Lukas is er ongetwijfeld van uitgegaan dat de goede lezer zou begrijpen, dat Jozef en Maria op enigerlei moment en plaats in het huwelijk zijn getreden, maar verder kunnen we m.i. niet gaan. Wat wel relevant is: Maria en Jozef(!) heten vanaf Jezus’ geboorte onbekommerd zijn ouders (2.27), of zelfs zijn vader(!) en moeder (2.33) –getrouwd of niet. Bij Lukas is Maria nergens ‘de vrouw van Jozef’: dat is binnen het Lukasevangelie geen relevante kwalificatie.
    Ja, het is een raar en onwaarschijnlijk verhaal, dat Jozef naar Betlehem reist en daarbij ook nog zijn verloofde meeneemt. En trouwens kennelijk ook pas bij de geboorte van Jezus merkt dat Maria zwanger was, want voor die tijd hoor je hem er niet over. In werkelijkheid gebeurt zoiets niet. Maar in het kader van de Lukaanse Heilsgeschichte gebeuren wel meer rare dingen, en de lezer moet nu eenmaal die insteek kiezen om de tekst te begrijpen. Maria wordt op wonderlijke wijze zwanger, en komt vervolgens op een al even wonderlijke manier in Betlehem terecht, want daar moet de Christus nu eenmaal geboren worden, niks aan te doen.
    Tenslotte: de ‘gewone’ vertaling voor Griekse uitdrukkingen als εἰς πόλιν ἑαυτῶν is toch echt ‘hun stad’. Ik heb al uitgelegd dat jouw (en Carsons) tegenvoorbeeld δέκα δούλους ἑαυτοῦ (19.13) niet deugt: daar is, voor de betekenis ‘(al) zijn slaven’ het bepalend lidwoord vereist. Nu geeft Carson nog een voorbeeld: εἰς κῆπον ἑαυτοῦ (13.19). Dat is veelbelovender, want nu wordt de uitdrukking wél voorafgegaan door een prepositie. Volgens Carson moeten we hier vertalen ‘a garden of his own’, maar dat mocht hij willen. Kῆπον ἑαυτοῦ heeft precies dezelfde waarde als het Nederlandse ‘zijn tuin’, en andersom: wie in de Koinè wilde zeggen ‘naar zijn tuin’ kon dat probleemloos doen met de uitdrukking εἰς κῆπον ἑαυτοῦ .Wie zich afvraagt om welke tuin het gaat, krijgt binnen het verhaal van 13.19 maar één antwoord: de tuin van de man met een tuin. Vragen naar andere tuinen is historiseren: binnen het verhaal bestaan er geen andere tuinen.
    Wat betekent dat voor onze interpretatie van 2.39? Dat het daar evenzo gaat om hun stad, d.w.z. Nazaret is volgens dit vers de stad van Jozef en Maria. Volgens Carson is “without the article, the phrase εἰς πόλιν ἑαυτῶν (…) better rendered as ‘into a city of their own’” – waarmee Lukas er dus de nadruk op zou leggen dat Jozef en Maria een aantal steden tot hun beschikking die allemaal ‘van hen waren’. Daar zal Maria nog van hebben opgekeken.
    Nogmaals, en om positief af te sluiten: Carson heeft volkomen gelijk met zijn uiteenzetting over de betekenissen van φάτνη en κατάλυμα (dat hij dan helaas wel weer afleidt van een werkwoord καταλῦσαι. Νου ja.) Maar heus: die betekenissen kennen we al een tijdje..
    Ik heb je vast niet overtuigd. Maar het was wél leuk.Toch?

    (volgende keer misschien maar beter via email?)

  6. Beste Gert,
    Het is zeker leuk om hierover te discussiëren. Ik heb helaas niet de tijd om op alle punten uitgebreid in te gaan, maar laat ik nog enkele dingen aanstippen.
    Ten eerste, op het punt van wat jij noemt ‘historiseren’ en ‘Heilsgeschichte’ hebben we denk ik echt een andere visie. Maar ook jij geeft toe dat Lucas enkele zaken verondersteld moet hebben, en daar gaat het vooral over. M.i. kan het gebruikelijk huwelijksritueel van die tijd als mogelijke verklaring dienen waarom Lucas het plausibel vindt dat Maria met Jozef meereist, bijvoorbeeld. Een zeker onjuiste wijze van het interpreteren van Lucas zou zijn, als je eerst de gaten in het verhaal invult en daar vervolgens een stichtelijke boodschap uithaalt (zoals: er was geen plaats voor Jezus in de herberg, och wat erg toch, enzovoort).
    De kwestie 2:39 is denk ik een gevoelig punt in Carlsons hypothese over Jozefs domicilie. Nu ik Carlsons stuk hierover nog eens doorlees, zie ik trouwens dat mijn tamelijk losse vertaling ‘een stad voor henzelf’ nog verder gaat dan wat door Carlson bepleit wordt. Bij hem betekent het ontbreken van het lidwoord slechts dat je niet kunt zeggen dat Nazaret altijd al hun beider stad was geweest. Het al of niet plaatsen van het lidwoord is (zoals je zult weten) een ingewikkelde kwestie hier, omdat er zowel Griekse regels als semitische invloeden bezig zijn (in 2:4 is polis wel bepaald bijvoorbeeld, onder invloed van de bepaalde eigennaam David, maar vergelijk 1:26). De details daargelaten, het lijkt mij significant dat Nazaret pas in 2:39 ondubbelzinnig hun eigen stad wordt en dat Lucas Jozefs thuisstad vóór de Betlehem-episode niet vermeldt. Wat dat precies betekent, en of Carlsons hypothese hiervoor de beste verklaring is, is een leuke puzzel. Wat ik zeker weet, is dat de gebruikelijke vanzelfsprekende terugprojectie van 2:39 op de situatie van hoofdstuk 1, voor mij niet meer vanzelfsprekend is.

  7. En o ja, dat “we die betekenissen al een tijdje kenden” mag zo zijn onder kenners, maar in bredere kring en in de gangbare Bijbelvertalingen zijn deze nog niet goed doorgedrongen. Voor veel mensen zal dit nieuw zijn.

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s