Nieuwe publicatie: Immer blijft de band

immer_blijft_de_bandDeze maand is een boek verschenen waaraan ook ik een bijdrage heb geleverd: Immer blijft de band. Quisque Suis Viribus 1841-2016 onder redactie van H.J. van Beek en J. Florusse. Het boek beschrijft de geschiedenis van het oudste theologische dispuut van Nederland, Quisque Suis Viribus, ‘eenieder naar zijn krachten’. Dit 175 jaar oude Collegium is in het huidige academische landschap van BSA’s en studieleningen een bijzondere verschijning: men kan hier nog de sfeer proeven die in de negentiende eeuw door Klikspaan is beschreven in zijn Studentenportretten. De geschiedenis van Quisque is nauw verweven met de geschiedenis van de Leidse universiteit, en daarom is het ook zeer passend dat er tijdens het lustrumfeest een exemplaar van het boek is overhandigd aan de rector magnificus.

Wie de ledenlijst van Quisque doorneemt, komt daar al snel klinkende namen tegen: Fredrik Pijper, B.D. Eerdmans, G.A. van den Bergh van Eysinga, O. Noordmans, J.N. Bakhuizen van den Brink, W.A. Visser ’t Hooft, M.A. Beek, W.C. van Unnik, Hannes de Graaf, om er een paar te noemen, en dan heb ik nog niet eens de lijst van na de Tweede Wereldoorlog opgeslagen. Ongeveer een tiende van de ruim 400 leden werd later hoogleraar, en—waarschijnlijk een even goede graadmeter voor wetenschappelijke gedegenheid—er zijn nog veel meer leden gepromoveerd, van sommige generaties iedereen. Zeker tot in de jaren ’60 was het toelatingsbeleid zeer streng: alleen de (potentieel) beste studenten mochten lid worden. Tijdens het Interbellum was Quisque nog altijd een dispuut van het corps. Niet zonder trots schrijft de ab-actis in de jaren twintig: “Quisque is in Leiden hét dispuut.” Dat de lat bij Quisque hoog ligt, geldt tot op de dag van vandaag, ook al beweegt het Collegium zich langzaam, zeer langzaam met de tijd mee. Nog altijd wordt steevast gehamerd op methodische gedegenheid en kritische zin, zo kenmerkend voor de Leidse Godgeleerdheid. Het is daarom ook jammer dat het fenomeen vakdispuut vrijwel verdwenen is, want als je ergens academisch gevormd wordt, is het wel daar. In die zin is Quisque levend academisch erfgoed.

Het boek Immer blijft de band geeft een geheel eigen blik op de geschiedenis van de afgelopen 175 jaar, namelijk vanuit het perspectief van de Leidse student Godgeleerdheid. Het is bijvoorbeeld zeer boeiend om te zien hoe de Eerste en Tweede Wereldoorlog vanuit het perspectief van deze studenten werd beleefd. Hoe stonden zij tegenover de vrijstelling van dienstplicht in de Eerste Wereldoorlog? Hoe ging men om met de verwikkelingen van de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld met ‘foute’ leden?

Ook is het bijzonder leuk dat er vele gebeurtenissen worden beschreven die, zeker buiten Quisque, onbekend zijn, en meestal niet in officiële biografieën zijn terecht gekomen. Soms is dat maar goed ook, maar in andere gevallen levert het mooie gegevens op. Zo schrijft Harvard-professor en erelid Kirsopp Lake in 1936 aan het Collegium dat hij met genoegen aan Leiden en Quisque terugdenkt:

My honorary membership in Quisque is one of my fondest memories of my sojourn in Leyden. I admit that I do not remember much of the speeches which were made, but I always remember the nabroodje.

Het ‘nabroodje’ is wat men tegenwoordig ‘afhappen’ noemt, alleen geschiedt het nabroodje na een zware werkvergadering waar drie of zelfs meer lezingen gehouden zijn. Lake schreef deze brief naar aanleiding van het lustrum van 1936. Het verslag van dit lustrum bevat ook het volgende pareltje:

Hoe werden deze zieltjes (van allerhande theologantenclubjes, CH) opgeschrikt door een snel naderend donderwerk. … Machtige donders bolderden tegen niets vermoedende trommelvliezen. Sherry-glazen versplinterden en professorenvrouwen vluchtten rokwaaiend over de loopplank.

Dit vuurwerk werd afgestoken door “den pyrotechnicus Posthumus”. Dit kan niemand anders geweest zijn dan Siep Posthumus, de latere PvdA-politicus, die destijds chemie studeerde in Delft. Hij was vermoedelijk aanwezig als vriend of kennis van een van de Quisquebroeders—net als vele leden van Quisque was hij actief in een vrijzinnige jongerenorganisatie.

Quisque Suis Viribus is een belangrijke schakel geweest in het leven van vele theologen en heeft mede de basis gelegd voor de loopbaan van mensen die ver buiten de kring van theologen invloed hebben uitgeoefend. Daarbij valt te denken aan de Wereldraad van Kerken, de Vrije Universiteit, maar ook aan het Booleaanse Pythagoreïsche Drietallenprobleem. Nog een laatste wetenswaardigheid: wist u dat de leerstoel Nieuwe Testament aan de Universiteit van Amsterdam de afgelopen eeuw vrijwel onafgebroken bekleed is geweest door een erelid van Quisque?

N.a.v. H.J. van Beek en J. Florusse (red.),  Immer blijft de band. Quisque Suis Viribus 1841-2016 (Delft: Eburon, 2016), 236 pagina’s, ISBN 9789463010603. Te bestellen via info@quisque.nl.

1 thought on “Nieuwe publicatie: Immer blijft de band

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s