Puzzelen met Theodoor van Mopsuestia (2)

Kunnen we weten hoe het boek Uitleg van de schepping van Theodoor van Mopsuestia eruit zag bij de uitleg van Genesis 1:26? Ja, tot op zekere hoogte kan dat. Het geschrift zelf is verloren gegaan, maar er zijn een aantal indirecte bronnen.

Laten we beginnen met Johannes Philoponos (‘de ijveraar’). Deze zesde-eeuwse geleerde tracht in zijn werk Over de schepping van de wereld aan te tonen dat het christelijk geloof in overeenstemming is met de wetenschap. (Hij is bekend van de impulstheorie, waarmee hij onder meer Galileo Galilei beïnvloedde.) Johannes moet niet veel hebben van Theodoor en zijn aanhangers, omdat die een wereldbeeld voorstonden die gebaseerd was op een tamelijk letterlijke lezing van de Bijbel. De aarde was volgens hen een platte schijf, drijvend op water, overkoepeld door een firmament van ijs, dat de vloer van de hemel vormde. Daarbij laten ze zich weinig gelegen liggen aan wereldse wijsheid. Johannes poogt juist aan te tonen dat de Bijbel in overeenstemming is met de natuurfilosofie van zijn tijd. Hij betwist natuurlijk dat Theodoor en zijn navolgers de Bijbel op de juiste manier uitleggen: als er staat “het rond der aarde” wordt er volgens Johannes niet een platte schijf, maar een bol bedoeld.

Johannes Philoponos citeert Theodoor zo nu en dan uitvoerig om hem daarna te weerleggen. Bij Genesis 1:26 schrijft hij:

De goede Theodoor (…) interpreteert in het vierde boek over Genesis de woorden ‘naar een beeld’ en ‘naar een gelijkenis’ anders. (…) Hij zegt: “Zoals namelijk een keizer, nadat hij een grote stad gebouwd heeft en een beeld van zichzelf heeft laten maken, dat in het midden van de stad zet, zodat het wordt geëerd door de burgers als plaatsvervanging voor de keizer, ja zelfs wordt vereerd, zo stelde ook God, nadat hij de wereld gemaakt had, de mens aan in de functie van zijn eigen beeld, zodat heel de schepping in de dienst aan deze mens God de gepaste eer zou geven.”

Als we niets anders hadden dan dit citaat, zouden we op basis van Johannes’ citeergewoonten een inschatting moeten maken of dit een betrouwbaar citaat is. Maar gelukkig valt het te controleren, en wel met behulp van twee andere bronnen. De eerste is de zogeheten Collectio Coisliniana, een exegetische collectie (rond 500 n.Chr.) waarin ook fragmenten van Theodoor zijn opgenomen. De passage die Johannes Philoponos gelezen moet hebben, luidt hier als volgt:

Zoals al de inwoners van een grote stad, wanneer een keizer, nadat hij die stad had gebouwd en het had opgetuigd met vele bouwwerken van allerlei aard, na de voltooiing ervan verordende dat een beeld van hem [1], groots en welgevormd [2], in het centrum van heel de stad moest staan als bewijs dat hij de stichter van de stad was, dat beeld moesten eren als een beeld van de keizer die de stad gebouwd had, en hun dankbaarheid moesten uiten jegens de stichter van de stad omdat hij hun een dergelijke woonplaats had gegeven, zo heeft ook de Schepper van de wereld eerst het universum gemaakt en verfraaid met verschillende werken van allerlei aard, waarna hij de mens maakte en hem in de functie plaatste van zijn eigen beeld, zodat de hele schepping door respect voor en dienst aan hem de gepaste eer aan God zou geven.

[1] Marc. Gr. 573 fr. 1: “van hemzelf”.
[2] Marc. Gr. 573 fr. 1: “uitstekend” (ἐκπρεπεστάτην) in plaats van εὐπρεπεστάτην.

(N.B. ik heb me in de vertaling hier en daar enige vrijheid veroorloofd ten opzichte van het Grieks van deze kronkelige volzin.)

Het blijkt dus, dat Johannes Philoponos Theodoor samenvatte, maar wel met respect voor de betekenis. Een andere tekstgetuige voor de Griekse tekst bevestigt dat de Collectio Coisliniana hier een letterlijk citaat heeft. Deze getuige bevat de tekst van “wanneer een keizer” tot “moesten uiten”. Twee kleine tekstvarianten die kans maken op authenticiteit heb ik als voetnoten vermeld. Deze laatste tekstgetuige is trouwens heel interessant: het gaat om een dogmatische bloemlezing uit de tijd van de iconoclastische controverse. De auteur wil aantonen dat beelden gewoon in het Oude en Nieuwe Testament voorkomen. Kennelijk vond de auteur deze passage uit het werk van Theodoor hiervoor bruikbaar. En dat is begrijpelijk, omdat de uitleg van Theodoor beslist een originaliteitsprijs verdient. Hij verbindt het ‘beeld van God’, anders dan andere exegeten, heel sterk aan de functie van het letterlijke beeld van de keizer in steden zoals Antiochië.

Dat deze dogmatische bloemlezing, waarvan het handschrift te vinden is in Venetië, citaten van Theodoor bevat, zou onbekend gebleven zijn als niet een geleerde dit (nog steeds onuitgegeven) handschrift had bekeken en bestudeerd, en als niet een andere geleerde deze citaten had gepubliceerd. Het zou dus kunnen dat er in de toekomst nog meer fragmenten van Theodoors geschriften opduiken in obscure teksten, of dat zelfs het commentaar op Genesis van Theodoor zelf gevonden wordt.

De hierboven behandelde volzin is ook door Syrische exegeten gelezen en verwerkt in hun eigen commentaren. Omdat we de Griekse tekst hebben, voert het hier te ver om ook de Syrische echo’s te behandelen.

Op basis van drie Griekse citaten valt dus in dit geval het commentaar van Theodoor  te reconstrueren. Nu is dit een vrij eenvoudig voorbeeld. Want hoe moet het als er geen directe citaten in het Grieks voorhanden zijn, maar alleen parafrases? En hoe kunnen we dat laatste weten? Daarover een volgende keer.

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s