Bewijs voor de opstanding van het lichaam

Een jaar geleden publiceerde ik een artikel over een opmerkelijk traktaat over de opstanding (De resurrectione), dat aan Justinus wordt toegeschreven maar vermoedelijk van iets later datum is, zo ongeveer rond 200 AD. In dit werkje geeft de auteur een filosofische bewijsvoering voor de opstanding van het vlees (d.w.z., het vergankelijke lichaam).

Wat dit traktaat zo intrigerend maakt is niet zozeer het bewijs zelf, dat naar onze maatstaven achterhaald is, maar het feit dat hij een dergelijke bewijsvoering opzet. Uit Eusebios’ Kerkgeschiedenis weten we dat er in het begin van de derde eeuw in Rome een groep was rond Theodotos de Schoenmaker die met behulp van Aristoteles en Theophrastos christelijke leerstellingen in de vorm van bewijzen goot. Het zou mij niet verbazen als de auteur van De resurrectione zich verwant voelde met zo’n groep, of ermee wilde wedijveren.

Het betoog is namelijk zo opgezet, dat voor degenen die twijfelen over de juiste opvatting over de opstanding van het vergankelijke lichaam het helder gemaakt wordt dat instemming hiermee volkomen rationeel is. De verwerping ervan, wat uiteraard in het licht van de heersende opvattingen het meest rationeel scheen, krijgt als label mee dat het nog dommer is dan wat ‘heidenen’  over hun goden denken. De groep van de auteur met diens afwijkende opvatting behoort in feite bij de buitenstaanders, maar de auteur tracht mensen die op de drempel staan zo te manipuleren dat ze denken dat zijn groep het redelijke denken vertegenwoordigt, terwijl andere groepen juist buitenstaanders zijn. Zijn gebruik van de filosofie dient ertoe zijn eigen opvattingen te normaliseren en de tegenstanders een gezaghebbende troef uit handen te nemen.

9783525593745

Deze offensieve benadering die zich het gezaghebbende rationele denken toe-eigent, is heel anders (en uiteindelijk succesvoller gebleken) dan de benadering die je in een brief over de geestelijke opstanding uit ongeveer dezelfde tijd tegenkomt. In deze brief, geschreven aan een zekere Rheginos, wordt het filosofische denken juist afgeserveerd ten gunste van geloof en esoterie. Het is denk ik een van de factoren van het succes van het christendom geweest, dat het zich óók presenteerde als een filosofie en zich daarmee committeerde aan het rationele denken.

N.a.v. mijn ‘Proving the Resurrection of the Flesh: The Use of Natural Philosophy and Galenic Epistemology in Pseudo-Justin’s De Resurrectione’, in Joseph Verheyden, Andreas Merkt, and Tobias Nicklas (eds.), “If Christ has not been raised…”: Studies on the Reception of the Resurrection Stories and the Belief in the Resurrection in the Early Church (Novum Testamentum et Orbis Antiquus/Studien zur Umwelt des Neuen Testaments 115; Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2016), 135–147 (pre-print versie hier).

Advertenties

Geef een reactie (alleen onder echte naam)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s