Wat nut ons de historische Jezus? (4)

[De kerk vereert Christus als de Zoon van God, God uit God, Licht uit Licht. Wat heeft die Christus nog te maken met de mens Jezus uit het begin van onze jaartelling? En wat heeft het te betekenen dat de boodschap over Jezus anders is dan de boodschap van Jezus?

In 2009 publiceerde Dale C. Allison Jr. The Historical Christ and the Theological Jesus (Grand Rapids, Mich.: Eerdmans). Je zou dit boek kunnen zien als de persoonlijke pendant van zijn meesterlijke studie Constructing Jesus (2010). Het biedt een door ervaring gelouterde visie op de relatie tussen historisch onderzoek naar Jezus en het christelijk geloof. In een aantal blogposts wil ik aan de hand van dit boekje nagaan hoe je op doordachte wijze vanuit het christelijk geloof met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan.]

§7 Vereniging van tegenstellingen

In het laatste hoofdstuk van Allisons boek geeft hij drie elementen uit Jezus’ leven die hem aanspreken. Het eerste element gaat over de spanning die in heel Jezus’ optreden naar voren komt: voor hem is God niet allereerst een strenge heerser op de hemelse troon, maar vooral een alomvattende goedheid. Tegelijk ziet hij de kwellingen die de mensen ondergaan en is hij realistisch genoeg om zijn volgelingen een hoop ellende te voorzeggen. Hij biedt hiervoor geen rationalisatie, maar vanuit zijn vertrouwen op Gods goedheid verwacht hij een nieuwe wereld. Die hoop laat in het heden compassie ontspringen.

Het tweede element is Jezus’ onvermoeibare streven naar de verwerkelijking van Gods waarden tegenover de gang van zaken in deze wereld. Dit blijkt uit zijn oproep om alles te vergeten en zich op Gods nieuwe wereld te richten, en uit de vele vreemde en soms scherpe en irriterende dingen die hij doet en zegt. Omwille van de wereld richt hij zich onvoorwaardelijk op hoe de wereld zou moeten zijn, en daarom schudt hij de boel flink op.

Het derde element betreft Jezus als “incarnatie van het eschatologische patroon”. Allison bedoelt daarmee dat Jezus de uitersten van de apocalyptische verwachting belichaamt, lijden en redding, dood en leven, en daarmee de uitersten van de menselijke ervaring. “That Jesus is big enough to take in the extremes of human experience makes him both sympathetic and convincing.” Jezus’ woorden en leven geven uitdrukking aan de paradoxen die het menselijk leven rijk is. Maar voor Jezus staat het vast dat Gods goedheid triomfeert.

Tot zover de weergave van Dale Allisons betoog.


II. 1 This little child Jesus when he was five years old was playing at the ford of a brook: and he gathered together the waters that flowed there into pools, and made them straightway clean, and commanded them by his word alone. 2 And having made soft clay, he fashioned thereof twelve sparrows. And it was the Sabbath when he did these things (or made them). And there were also many other little children playing with him.
3 And a certain Jew when he saw what Jesus did, playing upon the Sabbath day, departed straightway and told his father Joseph: Lo, thy child is at the brook, and he hath taken clay and fashioned twelve little birds, and hath polluted the Sabbath day. 4 And Joseph came to the place and saw: and cried out to him, saying: Wherefore doest thou these things on the Sabbath, which it is not lawful to do? But Jesus clapped his hands together and cried out to the sparrows and said to them: Go! and the sparrows took their flight and went away chirping. 5 And when the Jews saw it they were amazed, and departed and told their chief men that which they had seen Jesus do.

Kindheidsevangelie van Thomas, vert. M.R. James.


§8 Nabeschouwing

Welnu, wat nut ons de historische Jezus? ‘De historische Jezus’ is allereerst een heuristisch concept, dat wil zeggen een benadering van het leven van Jezus met een historisch-kritische vraagstelling. Deze vraagstelling is belangrijk en nuttig in onze moderne context, waarin we gewend zijn alles te bevragen en te bekritiseren om tot solide, werkbare kennis te komen. Daarnaast is uitzoeken hoe het verleden daadwerkelijk in elkaar zat gewoon leuk en leerzaam. Ook is er een theologisch belang, want met de historische Jezus wordt de waarheidsvraag op tafel gelegd.

‘De historische Jezus’ gebruiken we ook voor concrete hypothesen over Jezus als historisch persoon. Hierbij dient men een keuze te maken aan welke hypothese men geloof hecht. Het is mijn indruk dat de Jezus die als eschatologische profeet de nabijheid van het koninkrijk van God verkondigde al heel lang op veruit de breedste steun onder historici kan rekenen. Deze reconstructie vind ik zelf ook het meest overtuigend. Het is daarom verstandig deze opvatting te volgen. Daarbij moet wel opgemerkt worden, dat binnen deze opvatting er nog over talloze kleinere zaken verschil van mening mogelijk is.

Wat is nu het belang van deze Jezus uit het verleden voor het christelijk geloof? De christelijke hoop vloeit voort uit de overtuiging dat Jezus in zijn woorden en daden, in heel zijn leven, trouw aan God en trouw aan de mensen is geweest en zo zijn boodschap over het koninkrijk van God heeft belichaamd. Het is dus van belang dat Jezus zó geweest is, en niet anders. Het geloof kan niet rusten op historische hypothesen, maar kan ook niet zonder. Er zit dus niets anders op dan zich te blijven bewegen op het ingewikkelde speelveld van geschiedenis en theologie. Nu kan het historische onderzoek geen kant-en-klaar bewijs leveren voor Jezus’ standvastige trouw. Wel is het mogelijk te begrijpen hoe Jezus’ volgelingen naar aanleiding van wat we wél op plausibele wijze historisch over Jezus kunnen zeggen, tot deze beoordeling zijn gekomen. Dat wil zeggen dat dit getuigenis niet louter een bewering is, maar een opvatting waarbij argumenten zijn te geven die gebaseerd zijn op wat we historisch voor waarschijnlijk kunnen houden.

Het historische onderzoek naar Jezus is voor de kerk van belang omdat het laat zien dat er continuïteit is tussen Jezus’ verkondiging en de verkondiging van de kerk, al heeft de laatste natuurlijk Jezus zelf als de belichaming van die boodschap op de voorgrond geplaatst. Tegelijk is dit onderzoek voor de kerk van belang omdat het de verkondiging van het evangelie uitdaagt: in hoeverre is hetgeen waarvan we op basis van historisch onderzoek geloven dat in het verleden het geval is geweest compatibel met de christelijke claims? De apocalyptische Jezus die een omkering van de bestaande orde predikt is bijvoorbeeld funest voor een al te week en zoetsappig Jezusbeeld.

De apocalyptische historische Jezus veroorzaakt voor ons in onze tijd vervreemding, maar schept tegelijk ruimte voor creativiteit. Christenen hoeven immers niet meer domweg te geloven dat wat er in de evangeliën staat (of althans hun beeld daarvan) waar gebeurd is, maar zij kunnen zich steeds afvragen hoe het van de historische Jezus tot dit verhaal of deze belijdenis gekomen is. Zo ontstaat er veel meer historisch reliëf en ruimte voor tegenspraak en meerstemmigheid. Marinus de Jonge (van 1966 tot 1991 hoogleraar uitlegging van het Nieuwe Testament te Leiden) typeerde Jezus als inspirator en spelbreker. Kritische heroriëntatie op het begin leidt tot vraagtekens bij bestaande overtuigingen, maar ook steeds weer tot nieuwe zin.

Advertenties

Een nieuwe benadering van tekstkritiek

Wasserman Gurry A New ApproachMet veel plezier heb ik de afgelopen weken het volgende boek gelezen: A New Approach to Textual Criticism: An Introduction to the Coherence-Based Genealogical Method van Tommy Wasserman en Peter J. Gurry. Het boek biedt een introductie van de methodologie die ten grondslag ligt aan de nieuwste grote tekstedities van het Institut für neutestamentliche Textforschung. De Editio Critica Maior is deels ook online toegankelijk. Bij Handelingen, waarvan vorig jaar de gloednieuwe tekst verscheen, is het mogelijk via de nieuwste interface te experimenteren met de onderliggende data. Dat was al jaren mogelijk bij de Algemene Brieven van het Nieuwe Testament in een nu iets verouderde omgeving. Het genoemde boek helpt hierbij wegwijs te raken. Een uitgebreide toelichting die online beschikbaar is, is hier te vinden.

Wie wil begrijpen hoe en waarom de tekst van het Nieuwe Testament in de meest gezaghebbende uitgaven verandert, kan niet meer om de CBGM (coherentiegebaseerde genealogische methode) heen. De CBGM is geen vervanging van de beproefde methoden van de tekstkritiek, maar zij biedt in het geval van het Nieuwe Testament waardevolle nieuwe gegevens (evidence) die te maken hebben met de genealogie van en coherentie  tussen de overgeleverde teksten, waardoor tekstcritici tot nieuwe inzichten komen over de geschiedenis van de tekst en dus ook over de oudst reconstrueerbare tekst. Kennisname van de CBGM is niet alleen noodzakelijke vakkennis, maar geeft ook gewoon veel plezier als je houdt van intellectuele puzzels.

Reactions to & Reviews of Catherine Nixey’s The Darkening Age (Eeuwen van duisternis)

This blogpost is intended to bring together some critical reactions to and reviews of a recent book of journalist Catherine Nixey, The Darkening Age (Dutch: Eeuwen van duisternis). This provocative book claims that Christianity in Antiquity did very much look like ISIS. Although I certainly won’t defend a naive, innocent picture of ancient Christianity, I think this kind of sensationalist writing should not be confused with historical analysis.


5 februari 2018 (Dutch): J. van Oort (Radboud University, Nijmegen), ‘Britse historicus Nixey vertekent de opkomst van het christendom fanatiek‘, Reformatorisch Dagblad (5 februari 2018). “In zestien hoofdstukken beschrijft ze boeiend en veelal met kennis van veel zaken hoe de komst van het christendom de antieke wereld radicaal veranderde. (…) Maar Nixey overspeelt haar hand door haar felle toonzetting en schromelijke overdrijving. (…) Het boek van Nixey mist elke historische structuur en wordt zo, hoofdstuk na hoofdstuk, een lang, maar willekeurig (en uiteindelijk vermoeiend), requisitoir tegen het christendom. (…) In haar haast tot beschuldigen maakt Nixey een paar ernstige historische uitglijders.”

29 November 2017: Tim O’Neill, ‘Review – Catherine Nixey “The Darkening Age”‘. Extensive review. He calls it “easily the worst book I have read in years”.

6 November 2017: Dame Averil Cameron (University of Oxford) calls the book a “travesty” and refers to her review in The Tablet (Averil Cameron, ‘Blame the Christians’, The Tablet 271.9218 [23 September 2017] 20). She writes that Nixey has “bought into the old ‘blame the Christians’ model.” “Hearts will sink among historians of early Christianity and late antiquity, as well as medievalists and, needless to say, Byzantinists, when they see the title of this pugnacious and energetically written book. The words  ‘darkening age’ evoke everything they have been trying for years to overturn”. Besides using an old, outdated historiographical paradigm, Cameron points out that Nixey’s story is extremely one-sided, and based on a very small selection of secondary literature. Cameron concludes that Nixey’s book is a dramatic over-reaction to her religious upbringing.

3 November 2017: Levi Roach (University of Exeter) reviews: ‘At Cross Purposes’, Literary Review 459 (November 2017) 16-17. The book “does not seek to present a balanced picture (…) this is a book of generalisations. (…) Nixey (…) is unwilling to see shades of grey.”

26 October 2017 (Dutch): Enne Koops recenseert het boek, dat volgens hem “interessant genoeg” is, maar ook erg subjectief en te weinig vanuit historisch en historiografisch perspectief geschreven. Hij verwijst ook naar een interessant artikel van de godsdienstwetenschapper Jan N. Bremmer op Lucepedia over religieus geweld in de vroege kerk.

21 October 2017: Roger Pearse, Hunting the wild misquotation again: the perils for the author of not verifying your quotations investigates a quotation offered by Nixey, who appears to have not read the primary sources and to have twisted this quotation. After being confronted with this, Catherine Nixey deleted her Twitter account!

8 October 2017: Tim O’Neill, The Lost Books of Photios’ Bibliotheca evaluates the supposed Christian destruction of Greek and Roman learning on the basis of which writings survives of Photios’ library. It turns out that in fact a slightly higher percentage of Christian writings got lost. Explanation: the loss of a book should be expected in Antiquity, preserving it demands effort.

7 October 2017: Sarah Bond (University of Iowa), Were Pagan Temples All Smashed Or Just Converted Into Christian Ones? is not directly related to Nixey’s book, but addresses the same subject, based on recent scholarship:

[A]rchaeologist and art historian Friedrich Wilhelm Deichmann, […] in 1939 cast temple destruction as aimed at showing the “triumphing” of Christianity over Greco-Roman paganism.  However, archaeologists in Rome and elsewhere have now begun to adopt a more pragmatic view of Christian treatment of pagan temples; demonstrating that many were renovated, consecrated and then reused as churches rather than smashed to bits.

17 September 2017: Peter Thonemann reviews the book for The Sunday Times. He notes that “the argument depends on quite a bit of nifty footwork” because of the generalizations on the basis of very limited evidence. Regarding the destruction of temples, he comments that “the truth is more complex. Common enough in triumphalist Christian hagiography, temple-destruction seems to have been exceptionally rare in real life.”

Schrift-nummer over Jezus

SchriftMet enige regelmaat loop ik langs de tijdschriftenafdeling van de PThU of de universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit. Afgelopen week viel mij op dat het laatste nummer van Schrift (278) aan de historische Jezus is gewijd. Er staan een aantal goede artikelen in voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Bijbel. In twee artikelen gaan de auteurs in op de relatie tussen Paulus en Jezus. Tot mijn tevredenheid komt hun benadering grosso modo overeen met mijn eigen visie op deze kwestie.

τὸν δρόμον τετέλεκα

Aan alles komt een eind. Na een aantal jaren tamelijk actief geblogd te hebben, heb ik besloten de harp voorlopig aan de wilgen te hangen. Dat betekent niet dat ik helemaal stop. Maar wel dat het zomaar zou kunnen dat er een half jaar of langer niets op deze blog verschijnt. Een blog kan heel goed functioneren als een verlengstuk van wetenschappelijk werk, zowel richting vakgenoten als richting het algemene publiek. Met name in de Angelsaksische wereld zijn daar goede voorbeelden van uit mijn vakgebied. Tot mijn grote vreugde ben ik in de gelegenheid om de komende jaren volledig aan wetenschappelijk werk te wijden. Als daarvan afgeleid blogmateriaal ontstaat, is dat mooi meegenomen, maar hoe dat precies vorm gaat krijgen weet ik nog niet.