Celsus over de opstanding van Jezus

(eerste versie)

Uit Origenes, Contra Celsum.

Celsus voert een Jood op, die de opvattingen van christenen bespreekt.

2.49 O Licht en Waarheid, met zijn eigen stem verklaart Jezus nadrukkelijk – ook jullie hebben dat zwart op wit staan – dat er onder jullie ook anderen zullen komen die vergelijkbare wonderen zullen vertonen, slechte mensen en zwendelaars. Hij noemt een zekere Satan als de kwaadaardige beramer hiervan. Zelfs hij ontkent dus niet dat althans deze wonderen niets goddelijks hebben, maar het werk zijn van slechte mensen. Gedwongen door de waarheid ontmaskert hij die van de anderen en stelt daarmee tegelijk die van zichzelf aan de kaak. Hoe kun je dan nog volhouden uit dezelfde daden te herleiden dat de één God is, maar de anderen zwendelaars? Immers, waarom moeten we ten gevolge van deze daden de anderen slechter achten dan hem, en dat terwijl zij hem als getuige opvoeren? In elk geval hierover gaf hij ook zelf toe dat dit niet uit een goddelijke natuur voortkwam, maar tekenen waren van bepaalde doortrapte bedriegers. 2.54 Waarom hebben jullie hem dan omarmd, behalve om de reden dat hij voorzegde dat hij na zijn dood zou opstaan?

2.55 Welaan dan, laten we jullie geloven dat hij dit gezegd heeft. Maar hoeveel anderen praten over dergelijke hocus pocus ter overtuiging van hun simpele gehoor, dat zij uitbuiten door bedrog? Men zegt dat Zalmoxis, de slaaf van Pythagoras, dit ook bij de Scythen deed, en Pythagoras zelf in Italië en Rhampsinitus in Egypte. De laatste “dobbelde” zelfs “met Demeter” in de onderwereld en keerde terug terwijl hij “een geschenk van haar” droeg, “een met gouddraad doorweven doek.” Daar komt nog bij: Orpheus bij de Odrysiërs, Protesilaos in Thessalië, Herakles bij Taenarum, en Theseus.

Maar genoeg hierover. We moeten nu onderzoeken, of er ooit iemand die werkelijk gestorven was, met een zelfde lichaam is opgestaan. Of zijn jullie van mening dat de verhalen van de anderen fictie zijn, zoals ze zich laten aanzien, maar dat het slot van jullie tragedie behoorlijk of overtuigend wordt bevonden: zijn roep aan het kruis toen hij zijn laatste adem uitblies, de aardbeving, de duisternis, dat Jezus terwijl hij in leven was zichzelf niet hielp, maar toen hij dood was opstond en de tekenen toonde van de kastijding en hoe zijn handen doorboord waren? Wie zag dit? Een hysterische vrouw, zoals jullie zeggen, en wellicht iemand anders van degenen die onder invloed waren van dezelfde tovenarij. Die droomde daarover in een zekere geestestoestand en hallucineerde naar believen met een op hol geslagen verbeelding en verkondigde dat hij iets dergelijks had gezien. Dit is al bij duizenden mensen voorgevallen. Of, wat meer waarschijnlijk is, hij wilde de rest verbazen met deze fabel en door een dergelijke leugen een voorwendsel verschaffen aan andere bedelaars.

2.63 Als Jezus echt zijn goddelijke kracht had willen openbaren, had hij aan degenen die hem kwaadaardig behandeld hadden en aan degene die hem had veroordeeld, kortom, aan iedereen moeten verschijnen. 2.68 Als hij dan zo groot was, betaamde het hem zijn goddelijkheid te tonen door inderdaad plotseling van de kruispaal te verdwijnen. 2.70 Maar wat voor boodschapper is ooit gezonden, die zich verstopte terwijl hij moest aankondigen wat hem opgedragen was? Toen hij niet werd gelooft terwijl hij nog in het lichaam was, preekte hij vrijelijk voor iedereen. Maar toen hij een sterk geloof zou hebben gesticht omdat hij uit de dood was opgestaan, verscheen hij alleen aan één vrouw en in het geheim aan zijn eigen volgelingen. Dus toen hij gestraft werd, is hij gezien door iedereen, maar toen hij was opgestaan, slechts door één. Juist het tegenovergestelde had moeten gebeuren! 2.72 Als hij aan de aandacht wilde ontsnappen, waarom hoorde men dan de stem uit de hemel die verkondigde dat hij de zoon van God was? Als hij aan de aandacht wilde ontsnappen, waarom werd hij dan gestraft? Of waarom stierf hij dan? 2.73 Jezus wilde ons door de kastijdingen die hij onderging, leren zelfs de dood te verachten. Daaruit volgt, dat hij nadat hij uit de dood was opgestaan, openlijk allen naar het licht had moeten roepen en onderwijzen, waarom hij naar beneden was gekomen. 2.74 Welnu, dit komt uit jullie eigen geschriften. Daar hoeven wij geen getuige meer aan toe te voegen. Jullie vallen namelijk in je eigen zwaard.

O Allerhoogste die in de hemel bent, welke god die aanwezig is bij de mensen, wordt niet geloofd? 2.75 En dat terwijl hij verschijnt bij wie op hem hopen? Of waarom ter wereld wordt hij niet herkend door wie hem reeds lang verwachten? 2.76 Hij dreigt en uit loze scheldwoorden elke keer als hij zegt ‘Wee jullie’ en ‘Ik voorzeg jullie’. Met deze woorden geeft hij openlijk toe dat hij niet in staat is te overtuigen. Precies wat een god, ja zelfs een verstandig mens niet zou gebeuren. 2.77 Wij hopen natuurlijk lichamelijk op te staan en eeuwig leven te krijgen, en dat degene die naar ons wordt gezonden hiervan het voorbeeld en de stichter zal zijn door te tonen dat het niet onmogelijk is voor God om iemand met het lichaam te doen opstaan. Ik heb gesproken vanuit jullie eigen geschriften. Waar is hij dan, zodat wij hem zien en geloven? 2.78 Of kwam hij naar beneden met de bedoeling dat wij hem niet geloven? 2.79 Welnu, die Jezus was maar een mens, en wel een over wie de waarheid zelf duidelijk maakt en over wie de rede aantoont, wat voor iemand hij was.

Celsus over de opstanding

Origenes, Contra Celsum 5.14.

Update 5 april 2014: vertaling bijgeschaafd naar beter leesbaar Nederlands (oude versie na de lees verder).

Ook de volgende dwaze mening is van hen. Wanneer God als een soort kok met het vuur aan de slag zal gaan, zullen alleen de christenen blijven leven, terwijl heel de rest van het menselijk geslacht flink doorbakken wordt. En niet alleen de christenen die dan in leven zijn ontkomen hieraan, maar ook die al lang geleden zijn gestorven. Zij zullen uit de aarde verrijzen met dezelfde lichamen als waarmee ze zijn gestorven. Simpelweg de hoop van wormen! Wat voor menselijk wezen moet je immers zijn om nog te verlangen naar een verrot lichaam? Omdat deze opvatting zelfs niet gedeeld wordt door sommige Joden en christenen, is het gemakkelijk aan te tonen dat zij enorm afstotelijk en misselijkmakend is, en tevens onmogelijk. Immers, wat voor lichaam, geheel en al vergaan, kan terugkeren naar zijn oorspronkelijke natuur en naar dezelfde, eerdere samenstelling waaruit het is ontbonden?

Omdat de christenen hierop niets kunnen antwoorden, doen zij een beroep op de uitermate absurde uitvlucht dat alles mogelijk is voor God. Helemaal niet! God kan geen schandelijke dingen doen, noch wil hij doen wat tegen zijn natuur is. Mocht je door je eigen slechtheid iets walgelijks verlangen, dan zou God daaraan niet tegemoet kunnen komen, en je moet gewoon niet geloven dat al wat je verlangt, er zal komen. God is namelijk niet de stichter van buitensporig verlangen of op drift geraakte wanorde, maar van een ware en oprechte natuur. En hij mag dan eeuwig leven aan de ziel verschaffen, “maar lijken,” zegt Heraclitus, “verdienen het meer dat men ze weggooit dan vuilnis.” God wil noch kan dus het lichaam, vol met zaken waarover we het liever niet hebben, tegen de rede in eeuwig maken. Hij is namelijk zelf de rede achter al wat bestaat. Hij is daarom niet in staat om iets te bewerkstelligen wat tegen de rede of tegen zichzelf in gaat.

© 2014

Lees verder

Jezus temt de wilde dieren (Ps.Mat. 18-19)

In het Evangelie van Pseudo-Matteüs komen enkele vermakelijke anekdotes voor, waarvan ik er hieronder twee in vertaling weergeef. Pseudo-Matteüs is een zogeheten protevangelie of kindheidsevangelie en biedt in onderstaande gevallen een uitbreiding van het bekende evangelie naar Matteüs. Vermoedelijk is het kort na 600 na Chr. in het Latijn geschreven.

17 (Herodes komt erachter dat hij door de magiërs is bedrogen en laat in Betlehem alle kinderen van twee jaar en jonger ombrengen.)

(2) Maar de dag voordat dit gebeurde, waarschuwde een engel van de Heer Jozef: “Neem Maria en het kind en ga via de weg door de woestijn naar Egypte.”

18 (1) Toen zij arriveerden bij een bepaalde grot om zich daar te verfrissen, klom Maria van haar rijdier en ging zitten met Jezus in haar schoot. Nu waren er drie knechten en met Maria een meid, die met hen op reis waren. En zie, plotseling kwamen er vele draken uit de grot naar buiten, en omdat de knechten hen zagen, schreeuwden zij het uit. Toen maakte de Heer, ook al was hij nog geen twee jaar, zich los, ging op zijn voeten staan en stond vóór hen. Welnu, die draken aanbaden hem en toen ze hem aanbeden hadden, vertrokken zij. Toen is vervuld wat gezegd is door de psalmschrijvende profeet: ‘Looft de Heer over de aarde, jullie draken en alle afgronden!’ (Ps. 148:7). (2) Welnu, de Heer Jezus Christus zelf liep met hen mee als een klein kind, zodat ze hem geen last bezorgden. Maar Maria en Jozef zeiden tegen elkaar: “Het is beter dat die draken ons doden dan dat zij het kind pijn doen.” Jezus zei tegen hen: “Beschouw mij niet als een klein kind, ik ben immers altijd een volwassen man geweest en dat ben ik nog, en het is noodzakelijk dat ik alle soorten wilde dieren tam maak.”

19 (1) Welnu, op dezelfde manier aanbaden ook leeuwen en panters hem. Zij begeleidden hem in de woestijn waarheen Maria en Jozef ook gingen: ze gingen voor hen uit om hun de weg te laten zien. Zij toonden gehoorzaamheid door hun koppen te buigen in diepe eerbied en toonden dienstbaarheid door met hun staarten te kwispelen. Welnu, de eerste dag dat Maria de leeuwen rondom haar zag komen, en ook de panters en nog meer monsters van beesten, werd zij zo wit als een doek. Toen het kind Jezus haar gezicht zag, glimlachte hij en zei tegen haar met een troostende stem: “Wees niet bang, moeder, zij komen immers niet aansnellen om u kwaad te doen, maar om u te gehoorzamen.” En met deze woorden sneed hij de angst in hun hart weg. (2) Leeuwen, ezels, runderen en lastdieren liepen dus samen met hen mee om hun bagage te dragen. En tegelijk gingen ze waar een halteplaats was gemaakt op voedsel uit. Er waren ook tamme rammen, die tegelijk uit Judea vertrokken waren en hen volgden. Zelfs die liepen zonder vrees tussen de wolven. De een was niet bang voor de ander, en niemand werd in enig opzicht door iemand kwaad gedaan. Toen is vervuld wat Jesaja zei: ‘De wolven zullen met de lammeren grazen en de leeuw en het rund zullen samen stro eten’ (Jes. 65:25).

Brontekst

  • Jan Gijsel (ed.), ‘Pseudo-Matthaei Evangelium: textus et commentarius’, [vol. 1] in: Jan Gijsel / Rita Beyers, Libri de nativitate Mariae. (2 vols.; Corpus Christianorum. Series apocryphorum 9-10). Turnhout, 1997.

The Chronology of Luke and Acts Is Not Contradictory

In an article published last year, prof.dr. Henk Jan de Jonge (Leiden) argues that the common idea that the chronology of Luke’s resurrection day (Lk. 24) and the chronology of the beginning of Acts (Acts 1:1-14) is contradictory, should be abandoned. Here is the abstract:

“In both his Gospel and Acts, Luke places the ascension at the end of the day of Jesus’ resurrection. There is no difference between Luke’s dating of the ascension in his Gospel and that in Acts. The forty days mentioned in Acts 1.3 are viewed by Luke as subsequent to the ascension, not as previous to it. The forty days are not the term fixed for the ascension; they are not linked with the ascension at all. They are linked with the post-Easter, post-ascension appearances. The ascension ought to be regarded as preceding the forty days of Jesus’ appearances rather than following them.”

The full reference is Henk Jan de Jonge, ‘The Chronology of the Ascension Stories in Luke and Acts’, New Testament Studies 59 (2013), 151-171.

If he is right (I find his case quite convincing) there is one argument less for the celebration of Ascension Day forty days after Easter, namely the supposed chronology in Acts. “One should begrudge nobody a day off, but the observance of Ascension Day on the fortieth day after Easter is due to a misunderstanding of Acts 1.3-11″ (p. 171).

Jesus the Free Market Capitalist

As you may have picked up from the news, the American television host Bill O’Reilly wrote the book Killing Jesus, in which he claims that Jesus was killed because he protested against the heavy taxation system of the Romans. O really?

Candida R. Moss of the Univerisity of Notre Dame wrote an entertaining review of the book. She writes a.o.: “Killing Jesus has all the critical rigor of your local church’s Nativity play.” In response to this piece O’Reilly invited her to his show to discuss the matter, which resulted in the following conversation:

Apart from the obvious oddities O’Reilly put forward, the strange distinction between politics (taxation) and theology (helping the poor) and his (deliberate?) ignorance of the term ‘anachronistic’ is telling. Moss’s last statement is worth mentioning in full:

“I think in your book that you not contribute a sustained historical methodology and you misrepresent and cherry pick the facts. And I think you failed to recognize just how intrinsic to Jesus’s message care for the poor, the needy, the sick is.”

Vier artikelen over de Dode Zeerollen

Artikel FrDVoor het Friesch Dagblad schreef ik de afgelopen weken vier achtergrondartikelen over de Dode Zeerollen.

Online zijn ze via de volgende links te lezen:

En een samenvoeging hier (pdf).

Nieuw boek: Qumran en de Bijbel

Vandaag kreeg ik een boek in handen dat voor de lezers van dit blog wellicht interessant is: Qumran en de Bijbel. Over ontstaan, overlevering en vertaling van de Bijbel onder redactie van Matthijs de Jong en Jaap van Dorp. Dit boek is een uitwerking en uitbreiding van een themanummer van het tijdschriit Met Andere Woorden over hetzelfde onderwerp.

Het bevat bijdragen van Matthijs de Jong (inleiding; Jeremia in Qumran), Alex Cannegieter (nederzetting Khirbet Qumran), Jürgen Zangenberg (archeologie van Qumran), Mladen Popović (betekenis en achtergrond Dode Zeerollen), Arie van der Kooij (Qumran en Bijbelvertalen), Michaël van der Meer (1 Samuël in Qumran), Bärry Hartog (Bijbelcommentaren in Qumran), Rieuwerd Buitenwerf (relatie met Nieuwe Testament).

Dit boek een prachtige handreiking naar het grote publiek (althans voor mensen die geïnteresseerd zijn in de ontstaansgeschiedenis en cultuur van de Bijbel) door wetenschappers die op een laagdrempelige manier een fascinerend onderwerp ontsluiten en daarbij de nieuwste inzichten meenemen.

Een nieuw Nieuw Testament

Pas is het boek A New New Testament verschenen. Lekker provocatief, de marketing is dus goed voor elkaar. De bedoeling is om teksten uit het vroege christendom die de canon niet gehaald hebben, bij een breder publiek bekendheid te geven. Zou het Nieuwe Testament inderdaad een update kunnen gebruiken?
Lees verder

Crying Children and Shouting Stones: An Aramaic Pre-Gospel Tradition (Mt. 21:15-16 // Lk. 19:39-40)?

In an earlier blogpost I noted that the Matthean and Lukan version of the arrival of Jesus in Jerusalem contain each a protest of opponents. Although these small scenes have, apart from Jesus, different characters and a somewhat different setting, they are very similar in purport. What is the best explanation for the observed similarity?
Lees verder

Clowneske De Haas over Jezus als nar

Theoloog Gerard de Haas meent het  ei van Columbus gevonden te hebben ten aanzien van de historische Jezus, zo blijkt uit zijn paasartikel in Trouw. Jezus zou een (soort) nar geweest zijn, die de bestaande verhoudingen op zijn kop zette. Dat het artikel enkele uren vóór 1 april werd gepubliceerd, zal geen toeval zijn. De Haas zit vermoedelijk bulderend van het lachen de reacties onder zijn artikel te lezen.

Het artikel (ik ga het hier niet samenvatten) volgt namelijk het gebruikelijke procedé van reli-thrillers en voor het effectbejag geschreven kwakwetenschap (de laatste term is van Jona Lendering):
Lees verder

Palmpasen

Het is Palmpasen. In de meeste kerken gaat het vandaag over de intocht van Jezus in Jeruzalem, die eindigt in de tempel. Een veelbetekenend verhaal. Als je daar meer over wilt horen, had je vandaag naar de kerk moeten gaan… Hieronder ga ik in op de geschiedenis van het verhaal zelf.
Lees verder

Synoptic Dependency and Jesus’s Entry into Jerusalem

Continuing the series about the arrival of Jesus in Jerusalem, I would like to reflect on the complicated relation between story and history. After running through the comparison of Mark and Matthew and Mark and Luke regarding their Entry stories (leaving the Gospel of John aside for now), one could ask if Matthew and Luke can contribute anything to the question of historicity. To eliminate them due to their dependency on Mark is the most straightforward approach. Or is it?
Lees verder

Jesus and His Donkey(s)

This post is the beginning of a series in English about the gospel tradition of Jesus’s arrival in Jerusalem. I will apply several ‘criticisms’ to the stories in all the four canonical gospels and try to reconstruct older tradition. For now, I turn to the comparison of the entry into Jerusalem as told by Mark and Matthew. Lees verder

Jezus als Mithras 2.0

Mithras slaying the bull

Voor het Christelijk Weekblad schreef ik een artikel dat vorige week verscheen: ‘Geboorteverhalen Jezus en Mithras zijn niet inwisselbaar.’ Hierin ga ik in op de vermeende overeenkomsten tussen Jezus en de god Mithras, met name wat betreft hun geboortes. Een versie staat hier online en een pdf-versie is hier toegankelijk.

Update: Zie ook de informatieve website over Mithras van Roger Pearse.

Jezus als God in het evangelie naar Johannes

Christusmozaiek Hagia Sophia (13e eeuw)

[Lezing gehouden op de 1435e vergadering van het Collegium Theologicum c.s. Quisque Suis Viribus d.d. 7 december 2012.]

Toen de 18e-eeuwse Bijbelgeleerde Johann J. Wettstein op grond van tekstkritisch onderzoek constateerde dat Jezus in het Nieuwe Testament vrijwel nooit God genoemd werd, begon hij zich te ergeren aan predikanten die God en Jezus vrij onkritisch door elkaar haalden in gebed en verkondiging. Vanwege zijn opvattingen moest hij vanuit Basel uitwijken naar Amsterdam. En ook vandaag nog kun je in sommige kringen zomaar als ketter gebrandmerkt worden wanneer je het waagt kritische vragen te stellen bij het teruglezen van christologische dogma’s in de Bijbel. Maar wanneer we echt respect hebben voor een tekst moeten we deze proberen te verstaan in zijn eigen literaire en historische context.

Lees verder

Het vroegste christelijke artefact: een graffito in Smyrna

The long vaulted halls in the basement level of the basilica of Roman Smyrna. Photograph by Ian W. Scott.

Het vroegste christelijke artefact bevindt zich waarschijnlijk in Smyrna onder de Romeinse basilica. Het betreft een grafitto die op een gepleisterde muur is aangebracht.
Lees verder