Openbaring van Jakobus, een “verloren bijbelboek”? Welnee

Vandaag berichtte de NOS over een belangwekkende vondst, namelijk een gedeelte van de Griekse tekst van de Openbaring van Jakobus. Hier is het nieuwsbericht van de University of Texas.

Maar is dit een “verloren bijbelboek”? Welnee. Om twee redenen. De (Eerste) Openbaring van Jakobus wordt door Roelof van den Broek gedateerd in de tweede helft van de tweede of de eerste helft van de derde eeuw. Ongetwijfeld zal dit boek voor de schrijver (uiteraard niet de historische Jakobus) en een groep geïnteresseerden een zeker gezag hebben bezeten. En als dit geschrift door die groep(en) in samenkomsten werd gelezen of bestudeerd als onderdeel van een bijzonder corpus, dan functioneerde de Openbaring van Jakobus voor hen inderdaad als heilige Schrift. Maar voor de meerderheid van de christenen geldt, dat als men al van dit geschrift had gehoord, men dit slechts als een “ketterse” vervalsing terzijde zou hebben geschoven. Het boek heeft nooit enige kans gemaakt om in de Bijbel te worden opgenomen. Dit geldt trouwens niet alleen voor dit soort “ketterse” geschriften, maar ook voor vele “orthodoxe” van gelijke aard (bijvoorbeeld de Openbaring van Paulus, of de Handelingen van Paulus). En zelfs geschriften die wij als bijbelboek kennen, zijn omstreden geweest. Een bekend voorbeeld is de Openbaring van Johannes, dat door velen werd verworpen, zelfs na de vierde eeuw. Kortom, het is misleidend de Openbaring van Jakobus aan te duiden als een bijbelboek. Alsof dat een vaste eigenschap van een boek zou zijn, of alsof het boek geschreven zou zijn om in de Bijbel te worden opgenomen.

In de tweede plaats is dit boek nu niet “teruggevonden”. Het was al decennia geleden gevonden in twee versies. Bij de Nag Hammadigeschriften zat een Koptische vertaling. (Omdat er ook een andere Openbaring van Jakobus in deze verzameling zit, pleegt men het geschrift waar we het in deze blogpost over hebben de [Eerste] Openbaring van Jakobus te noemen.) En in de jaren zeventig is er een andere Koptische tekstversie gevonden in de Tchacoscodex. Beide versies hebben beschadigingen en kunnen elkaar aanvullen, maar er zitten ook verschillen tussen. Het belangwekkende is nu dat er een gedeelte van de Griekse tekst is gevonden. Daarmee kan een beter zicht verkregen worden op de tekstgeschiedenis van dit boek. Saillant is overigens dat het manuscript met de Griekse tekst uit de vijfde of zesde eeuw komt, en de handschriften met de Koptische vertaling ongeveer uit de vierde eeuw.

In het NOS-artikel krijgt cultuurhistoricus Jacob Slavenburg het woord, die, om het diplomatiek te zeggen, een nogal bijzondere visie heeft op de oorsprong van het christendom. Hij suggereert dat er aanvankelijk zo’n honderd evangeliën verdeeld waren over plaatselijke gemeenten, waaruit er uiteindelijk slechts vier zijn gekozen. Hieruit kan het beeld ontstaan, dat die honderd allemaal eenzelfde kans hadden of evenveel gezag kregen. Maar dat is niet zo. Verreweg de meeste evangeliën, openbaringen, handelingen en brieven die niet in het Nieuwe Testament staan, worden gedateerd in de tweede eeuw of later, toen de kern van de nieuwtestamentische canon (de vier evangeliën en de brieven van Paulus) zich al aan het vormen was. Volgens de gangbare wetenschappelijke opvattingen bevat het Nieuwe Testament de oudste christelijke geschriften. Er zijn maar een paar geschriften bekend, zoals 1 Clemens en de Didache, die waarschijnlijk ouder zijn dan de jongste bijbelboeken.

Overigens is de suggestie dat de “orthodoxen” actief achter “ketterse” teksten aangingen om ze te vernietigen, erg misleidend. Ongetwijfeld zal zoiets af en toe zijn voorgekomen, maar de meeste “ketterse” teksten zijn gewoon op een gegeven moment niet meer gekopieerd en daardoor verloren gegaan. Hetzelfde geldt voor vele “orthodoxe” geschriften die we niet meer hebben.

Update: Zie ook dit artikel in de Volkskrant.

Update: Zie ook dit opinieartikel van prof.dr. Johannes van Oort.

Advertenties

Jezus temt de wilde dieren (Ps.Mat. 18-19)

In het Evangelie van Pseudo-Matteüs komen enkele vermakelijke anekdotes voor, waarvan ik er hieronder twee in vertaling weergeef. Pseudo-Matteüs is een zogeheten protevangelie of kindheidsevangelie en biedt in onderstaande gevallen een uitbreiding van het bekende evangelie naar Matteüs. Vermoedelijk is het kort na 600 na Chr. in het Latijn geschreven.

17 (Herodes komt erachter dat hij door de magiërs is bedrogen en laat in Betlehem alle kinderen van twee jaar en jonger ombrengen.)

(2) Maar de dag voordat dit gebeurde, waarschuwde een engel van de Heer Jozef: “Neem Maria en het kind en ga via de weg door de woestijn naar Egypte.”

18 (1) Toen zij arriveerden bij een bepaalde grot om zich daar te verfrissen, klom Maria van haar rijdier en ging zitten met Jezus in haar schoot. Nu waren er drie knechten en met Maria een meid, die met hen op reis waren. En zie, plotseling kwamen er vele draken uit de grot naar buiten, en omdat de knechten hen zagen, schreeuwden zij het uit. Toen maakte de Heer, ook al was hij nog geen twee jaar, zich los, ging op zijn voeten staan en stond vóór hen. Welnu, die draken aanbaden hem en toen ze hem aanbeden hadden, vertrokken zij. Toen is vervuld wat gezegd is door de psalmschrijvende profeet: ‘Looft de Heer over de aarde, jullie draken en alle afgronden!’ (Ps. 148:7). (2) Welnu, de Heer Jezus Christus zelf liep met hen mee als een klein kind, zodat ze hem geen last bezorgden. Maar Maria en Jozef zeiden tegen elkaar: “Het is beter dat die draken ons doden dan dat zij het kind pijn doen.” Jezus zei tegen hen: “Beschouw mij niet als een klein kind, ik ben immers altijd een volwassen man geweest en dat ben ik nog, en het is noodzakelijk dat ik alle soorten wilde dieren tam maak.”

19 (1) Welnu, op dezelfde manier aanbaden ook leeuwen en panters hem. Zij begeleidden hem in de woestijn waarheen Maria en Jozef ook gingen: ze gingen voor hen uit om hun de weg te laten zien. Zij toonden gehoorzaamheid door hun koppen te buigen in diepe eerbied en toonden dienstbaarheid door met hun staarten te kwispelen. Welnu, de eerste dag dat Maria de leeuwen rondom haar zag komen, en ook de panters en nog meer monsters van beesten, werd zij zo wit als een doek. Toen het kind Jezus haar gezicht zag, glimlachte hij en zei tegen haar met een troostende stem: “Wees niet bang, moeder, zij komen immers niet aansnellen om u kwaad te doen, maar om u te gehoorzamen.” En met deze woorden sneed hij de angst in hun hart weg. (2) Leeuwen, ezels, runderen en lastdieren liepen dus samen met hen mee om hun bagage te dragen. En tegelijk gingen ze waar een halteplaats was gemaakt op voedsel uit. Er waren ook tamme rammen, die tegelijk uit Judea vertrokken waren en hen volgden. Zelfs die liepen zonder vrees tussen de wolven. De een was niet bang voor de ander, en niemand werd in enig opzicht door iemand kwaad gedaan. Toen is vervuld wat Jesaja zei: ‘De wolven zullen met de lammeren grazen en de leeuw en het rund zullen samen stro eten’ (Jes. 65:25).

Brontekst

  • Jan Gijsel (ed.), ‘Pseudo-Matthaei Evangelium: textus et commentarius’, [vol. 1] in: Jan Gijsel / Rita Beyers, Libri de nativitate Mariae. (2 vols.; Corpus Christianorum. Series apocryphorum 9-10). Turnhout, 1997.

Jezus als Mithras 2.0

Mithras slaying the bull

Voor het Christelijk Weekblad schreef ik een artikel dat vorige week verscheen: ‘Geboorteverhalen Jezus en Mithras zijn niet inwisselbaar.’ Hierin ga ik in op de vermeende overeenkomsten tussen Jezus en de god Mithras, met name wat betreft hun geboortes. Een versie staat hier online en een pdf-versie is hier toegankelijk.

Update: Zie ook de informatieve website over Mithras van Roger Pearse.

Boekbespreking: Roelof van den Broek, Gnosis in de Oudheid (overzicht)

Overzicht van de boekbespreking van Gnosis in de Oudheid:

  • 1 gnosis en gnostiek;
  • 2-3 overlevering van de literatuur; teksten;
  • 4 de antignostische literatuur;
  • 5 wezen en uitdrukkingsvormen;
  • 6 achtergronden.

Roelof van den Broek over gnosis in de oudheid (6/6)

In het zesde en laatste hoofdstuk van de inleiding van Gnosis in de Oudheid van prof. Roelof van den Broek bespreekt hij de omstreden vraag naar de oorsprong van de gnosis. “Het hing in de lucht.”
Lees verder Roelof van den Broek over gnosis in de oudheid (6/6)