Γεγραμμενα

Weblog over de Bijbel en het vroege christendom

Categorie: Historische Jezus

Paulus en de Jezustradities (2)

Als we iets willen weten over Paulus en de Jezustradities, is het handig te weten welke primaire bronnen dan van belang zijn. Allereerst zijn dat de zeven onbetwiste brieven van Paulus. Deze zeven aan Paulus toegeschreven brieven hebben de vuurproef van het moderne kritische onderzoek doorstaan. Zij kunnen dus vrijwel zeker als zijn echte brieven beschouwd worden: Romeinen, 1-2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Tessalonicenzen en Filemon. Verder zijn er binnen en buiten het Nieuwe Testament brieven op naam van Paulus, maar daarvan is het auteurschap van Paulus in meerdere of mindere mate onwaarschijnlijk. De zeven onbetwiste brieven vormen een veilig uitgangspunt om Paulus’ beeld van de aardse Jezus te bestuderen.

In hoeverre zijn deze bronnen geschikt om Paulus’ beeld van de aardse Jezus te achterhalen? Niet dat we een andere keus hebben. We zullen het ermee moeten doen, want zoals gebruikelijk in oudhistorisch onderzoek is er een schreeuwend tekort aan bronmateriaal. We kunnen niet verwachten dat de beschikbare bronnen al onze vragen direct beantwoorden. Om verantwoord met de bronnen om te gaan, dient er dus eerst een scherp beeld te zijn van wat we van deze bronnen kunnen verwachten.

Het perspectief op Paulus wordt bewust of onbewust scheefgetrokken door onze kennis van de evangeliën. Maar de evangeliën bestonden nog niet toen Paulus zijn brieven schreef. Een fout die vermeden moet worden, is dat verhalen uit de evangeliën teruggelezen worden in Paulus’ brieven. In een boekje van een evangelische nieuwtestamenticus las ik bijvoorbeeld dat de frase “geboren uit een vrouw” (Gal. 4:4) zou betekenen dat Paulus de voorstelling van de maagdelijke geboorte kende. Maar in de gewone contextuele (‘historisch-kritische’) benadering is dat een faux pas. Overigens betekent dit niet dat de evangeliën niet mogen meedoen bij de interpretatie van Paulus, alleen dat we niet mogen vooronderstellen dat Paulus bekend is met de vermeende geschiedenis zoals die in de latere evangeliën wordt beschreven. Met andere woorden: uitgaande van de zeven onbetwiste brieven is een minimalistische benadering de beste methode.

Om een realistische verwachting te krijgen van wat we te weten kunnen komen van Paulus’ beeld van de aardse Jezus, volgen hier ter ‘acclimatisering’ nog enkele kritische overwegingen met betrekking tot de bronnen. Allereerst: hoewel de zeven onbetwiste brieven geen kattebelletjes zijn, is het natuurlijk een hachelijke zaak slechts uit deze zeven op te moeten maken wat de auteur ervan allemaal wist. Dat zou alleen realistisch zijn als het zeven brieven zouden zijn die bedoeld waren als uitputtende opsomming over dit onderwerp. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Het is zelfs zeker dat Paulus veel meer brieven heeft geschreven, die verloren zijn gegaan. Ook hier geldt: er kan slechts achterhaald worden wat Paulus ten minste wist over de aardse Jezus.

Niet alleen het geringe aantal bronnen voor Paulus’ opvattingen, maar ook de plaats van de brieven in Paulus’ missionaire optreden moet in rekening gebracht worden. Als er één ding duidelijk is, dan wel dat voor Paulus het gesproken en gehoorde woord centraal stond. Dat is niet verbazend in een tijd waarin negentig procent van de bevolking analfabeet is. De antieke cultuur was primair een mondelinge cultuur. Het is goed om dat voor ogen te houden, omdat wij Paulus immers vooral kennen als de schrijver van brieven. Hierin laat hij echter vrijwel altijd weten dat hij liever in persoon bij de geadresseerden was geweest. Steeds heeft zijn schrijven een concrete aanleiding, hetzij in problemen die in ‘zijn’ gemeenten spelen, hetzij in de strategie van zijn missie. De brieven zijn voor Paulus dus ‘verlengstukken’ om ondanks afwezigheid via een brief toch aanwezig te zijn. Het is dus alsof we iemand druk horen telefoneren: we horen slechts één kant van een gesprek dat duidelijk onderdeel uitmaakt van een veel langer bestaande relatie waarnaar we slechts kunnen gissen. Een fout die hier gemaakt kan worden, is dat men de brieven van Paulus leest als dogmatische traktaten met een boventijdelijk karakter. Maar dat zijn ze niet. De brieven van Paulus dienen allereerst gelezen te worden als gelegenheidsgeschriften die slechts een onderdeeltje zijn van de veel meer omvattende communicatie in zijn missionaire netwerk.

Aan de andere kant is het ook weer niet zo dat Paulus’ brieven slechts willekeurige momenten weergeven van zijn communicatie. Als bijvoorbeeld in Galatië zijn evangelie op het spel staat, mogen we verwachten dat hij in zijn brief aan de Galaten teruggrijpt op voor hem belangrijke concepten en ideeën.

De bronnen voor Paulus’ denken zijn dus fragmentarisch en bovendien niet het primaire communicatiemiddel van Paulus. Daarbij komt dat de brieven functioneren in een high-context culture. Ze zijn geen basiscatechese, maar bouwen voort op reeds overgebrachte ideeën en overleveringen (vgl. Ef 4,20-21). Slechts wat in een concrete situatie toelichting behoeft, wordt door Paulus voor het voetlicht gehaald. Bijvoorbeeld de overlevering over de dood, begrafenis en opstanding van Christus (1 Kor 15) wordt door Paulus retorisch ingezet omdat er mensen in Korinte zijn die deze volgens Paulus fundamentele overtuiging aan de kant zetten. Een ander voorbeeld is de opening van de brief aan de Romeinen, die ik eerder heb besproken. Maar gewoonlijk heeft Paulus aan een half woord genoeg om naar de basisovertuigingen van de groep te verwijzen.

Dus: de onbetwiste brieven van Paulus kunnen geen uitputtend beeld leveren van wat Paulus van de aardse Jezus wist. De zeven brieven die de tijd hebben overleefd (hoeveel er verloren zijn gegaan, is niet bekend), zijn ontstaan als uitzonderingssituaties in de voornamelijk mondelinge communicatie van de apostel. Ze zijn gericht op de incrowd en weerspiegelen dus een high-context culture. Nergens zet Paulus systematisch uiteen wat hij allemaal over Jezus weet. We mogen daarom veronderstellen dat Paulus’ onderwijs aan de gemeenten die hij stichtte, meer omvatte over Jezus dan wat uit zijn brieven blijkt. Maar naar de inhoud daarvan kunnen we slechts gissen.

Volgende keer nog iets meer over het genre brief.

Paulus en de Jezustradities (1)

Over de kwestie ‘Paulus en Jezus’ zijn heel wat boeken en artikelen geschreven. Dat hoeft niet te verbazen. Allereerst lijkt Paulus namelijk een andere boodschap te verkondigen dan Jezus. Maar ook wat hij over Jezus heeft te melden mag op warme belangstelling rekenen. Paulus staat immers van alle bronnen het dichtste bij de oorsprong van de grootste wereldreligie en dus bij de man met wie het allemaal begon: Jezus. We zouden graag precies weten wat Paulus wist over de woorden en daden van Jezus. Maar wat Paulus in zijn brieven meedeelt over Jezus’ aardse leven valt voor velen nogal tegen, zodat dikwijls zelfs over de ‘stilte’ van Paulus gesproken wordt. Of dat terecht is, is een interessant historisch vraagstuk, waarbij nauwkeurige lezing van de bronnen gepaard dient te gaan met methodische reflectie en gevoel voor de historische situering.

De ‘stilte’ van Paulus kan in elk geval niet betekenen dat hij niets over de aardse Jezus weet te melden. Al in de eerste zin van Paulus’ langste brief deelt hij mee dat Gods goede tijding gaat over Jezus Christus, die als mens voortgekomen is uit het nageslacht van David (ἐκ σπέρματος Δαυὶδ κατὰ σάρκα, Rom 1,1-4). Als we niets anders over Jezus hadden dan Paulus’ brieven, wat zouden we uit deze woorden af kunnen leiden?

De frase κατὰ σάρκα (‘naar het vlees’) heeft in deze context betrekking op de aardse, in het bijzonder de genealogische verhoudingen. Op dezelfde manier gebruikt Paulus het in Rom 9,3: “(…)  mijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie ik mijn afkomst deel” (NBV; τῶν ἀδελφῶν μου τῶν συγγενῶν μου κατὰ σάρκα). Paulus omschrijft zich hier als een Israëliet, als lid van het volk “waaruit Christus is voortgekomen” (Rom 9,4-5 NBV; ξ ὧν ὁ Χριστὸς τὸ κατὰ σάρκα). In dit opzicht verschillen Paulus en Jezus Christus dus niet.

Paulus en Jezus Christus verschillen wel op het punt van hun specifieke afstamming: Paulus komt uit de stam van Benjamin (Fil 3,5), maar Jezus uit de stam van Juda, meer specifiek: uit het nageslacht van David. Wanneer we verder niets over deze Jezus zouden weten, zouden we op basis van andere Joodse bronnen toch al een indruk hebben van wat Paulus beweert. Onder sommige Joden bestond namelijk de verwachting dat een telg uit het geslacht van David door God zou worden aangewezen (‘gezalfd’, khristos) om Israël in volle glorie te herstellen en als koning (en dus zoon van God) voor eeuwig te regeren. Paulus roept in de opening van de brief aan de Romeinen in kort bestek deze voorstelling in herinnering via de steekwoorden ‘nageslacht van David’, ‘zoon van God’ en ‘gezalfde’.

Paulus zegt dus dat de Jood Jezus, met de erenaam Gezalfde, deze langverwachte Davidische heerser is. Althans, dat is geïmpliceerd. Het is niet zo dat hij de gemeenschap in Rome waaraan hij schrijft, eerst eens gaat uitleggen wie Jezus is. Dat wisten ze daar al lang. Paulus bevestigt middels een aantal ‘ingedikte’ formuleringen dat hij net als de ontvangers van zijn brief deelgenoot is van dezelfde goede tijding. Zo legt hij een gemeenschappelijke basis waarop hij met zijn beoogde publiek verder kan bouwen. Wat Paulus hier schrijft heeft dus een duidelijke retorische functie in de context van zijn brief.

Dit voorbeeld geeft een aardige indruk van wat voor soort informatie er in Paulus’ brieven over Jezus te vinden is. Om dit in het juiste historische perspectief te plaatsen wil ik in een aantal artikelen reflecteren op de aard van de Paulinische bronnen en over wat we van deze bronnen mogen verwachten. Eén ding moge duidelijk zijn: dat Paulus niets over de aardse Jezus weet te vertellen, is een mythe.

Marcus en de mondelinge traditie

Het Evangelie volgens Marcus is het oudste evangelie. Waar kwam dit vandaan? Kwam het uit het niets? Is dit geschrift het resultaat van schriftgeleerde fantasie? Het wetenschappelijke onderzoek suggereert dat de auteur (‘Marcus’) zijn materiaal goeddeels ontleende aan mondelinge overleveringen omtrent Jezus van Nazaret.

Vroeger zijn de evangeliën qua genre wel bestempeld als sui generis – overigens meer om theologische dan om strikt literaire redenen. Maar ondanks dat de evangeliën wel degelijk een historiografische intentie hebben en overeenkomsten vertonen met de Grieks-Romeinse bios-literatuur, is het niet geheel onterecht om de evangeliën als een geval apart te zien. Marcus ontbeert de stilistische verfijning en het zelfbewustzijn van de ‘echte’ literatuur. De auteur verdwijnt vrijwel geheel achter de stof, zodat vormcritici voor de opkomst van de redactiekritiek zelfs beweerden dat de evangelisten nauwelijks meer waren dan verzamelaars. Dat is een erg eenzijdige, maar ook niet geheel van waarheid gespeende opvatting. Lucas bijvoorbeeld, die zich trouwens als enige expliciet als historicus afficheert, reproduceert zijn bronnen doorgaans behoorlijk getrouw.

Waaruit bestaat het Evangelie naar Marcus? Kort gezegd is dit geschrift opgebouwd uit verschillende reeksen korte verhaaltjes en anekdoten die op een enigszins kunstmatige manier met elkaar zijn verbonden. Marcus 1:21-45 bijvoorbeeld bestaat uit een reeks van genezingen, terwijl Marcus 2:1-3:6 een reeks twistgesprekken bevat en Marcus 4:1-34 een verzameling gelijkenissen. Dit merkwaardige fenomeen zou verklaard kunnen worden door de hypothese dat Marcus ‘brokken’ vaststaand repertoire in zijn werk heeft opgenomen. Dit wordt bevestigd door andere observaties.

De verhalen in Marcus zijn grofweg in te delen in genezingen, exorcismen, onderwijzingen en gelijkenissen. Wanneer men deze typen verhalen afzonderlijk bekijkt, valt op dat ze elk variëren op een eigen patroon. Er ontstaat dus per vertelvorm een voorspelbare vertelvolgorde, maar die uniformiteit is geen knellend harnas, wat blijkt uit opmerkelijke variabiliteit. Dit is precies het kenmerk van een volksverhaal: enerzijds heel bont, anderzijds heel stereotiep. Ook de overvloed aan wonderverhalen wijst in deze richting, want dat zijn bij uitstek geliefde onderwerpen van folkloristische overleveringen. Het feit dat er vele verhalen van hetzelfde type te vinden zijn, die sterk op elkaar lijken, is een indicatie van het herhalende aspect van mondelinge overlevering. Een ander opvallend kenmerk is de stereotiepe karakterisering: Jezus is enkel de held en geneest doorgaans per verhaal één personage. Gecompliceerder wordt het niet. Werner Kelber concludeert (p. 51):

In sum, it is the plurality, uniformity, and variability of the healing stories that attests to their oral production and quality of performance.

De verschillende typen verhalen zijn gerelateerd aan hun ‘heugelijke’ eigenschappen. De strijd met de duivel bij de exorcismen prenten de bevrijdende kracht van Jezus in het geheugen. En de leer van Jezus wordt niet gebracht in een lijstje abstracte voorschriften, want een gevisualiseerde anekdote met een punch line werkt beter als geheugensteuntje. Abstracties hebben weinig waarde voor de verhalenverteller. Bij gelijkenissen is het de verrassende wending in een vertrouwde situatie en het open einde die ervoor zorgen dat het verhaal als gedenkwaardig voortleeft.

Werner Kelber wijst ook nog op de oral syntax die zichtbaar is in Marcus: stereotiepe verbindingen (bijv. “en toen… en toen…”) waarbij van de hak op de tak gesprongen wordt, de verwisselbaarheid van krachtige woorden en (immers vertelde) daden, het folkloristische gebruik van drietallen, de derde persoon meervoud en het historisch praesens, de vele herhalingen die in geschreven tekst overbodig zouden zijn, de gebrekkige karakterontwikkeling van de personages en in plaats daarvan focus op gebeurtenissen die de personages gezicht geven. De eenvoudigste verklaring voor deze fenomenen is dat Marcus inderdaad zijn materiaal uit de mondelinge overleveringen over Jezus putte.

Bij het Evangelie volgens Marcus zijn we dus getuige van een curieus fenomeen, omdat dit geschrift op het kruispunt staat van mondelinge traditie en gestolde vastlegging. Marcus laat ons enerzijds een blik werpen op de verhalen die over Jezus de ronde deden, maar legt deze anderzijds ‘proto-historiografisch’ vast volgens de vereisten van een ander medium.

Literatuur

  • Werner H. Kelber, The Oral and the Written Gospel, Bloomington-Indianapolis 1997 [1983].

Literatuur over de historische Jezus

Wie zich verantwoord wil laten informeren over wat het historische onderzoek naar Jezus van Nazaret oplevert, zou bij de volgende publicaties terecht kunnen. Uiteraard is dit slechts een beperkte greep.

Boeken voor een breed publiek en inleidende studieboeken

  • Jonge, M. de. Het verhaal van Jezus volgens de bronnen. Maarssen: De Ploeg,1997.
  • Jonge, M. de. “Jezus.” Pagina’s 101-56 in H.L. Beck e.a., Grondleggers van het geloof. Amsterdam: Prometheus, 1997.
  • Lendering, Jona. Israël verdeeld: Hoe uit een klein koninkrijk twee wereldreligies ontstonden. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2014. Met name hoofdstuk 7, pagina’s 190-248.
  • Oyen, Geert van. Jezus: Toen en nu en dan. Leuven: Acco, 2004.
  • Sanders, E.P. Jezus: Mythe en werkelijkheid. Vertaald door Lutgard Debroey.[Averbode]: Averbode, 1995.
  • Jonge, M. de. “Studies on the Historical Jesus in the Netherlands and Flanders: 1950-2000.” Pages 151–67 in Rieuwerd Buitenwerf, H. W. Hollander, and Joh. Tromp, eds. Jesus, Paul, and Early Christianity: Studies in Honour of Henk Jan de Jonge. Supplements to Novum Testamentum 130. Leiden: Brill, 2008.
  • Bond, Helen K. The Historical Jesus: A Guide for the Perplexed. London: T&T Clark, 2012.
  • Dunn, James D.G. “The Thought World of Jesus.” Early Christianity 1 (2010): 321-43.
  • Ehrman, Bart D. Jesus: Apocalyptic Prophet of the New Millennium. Oxford: Oxford University Press, 1999.
  • Le Donne, Anthony. Historical Jesus: What Can We Know and How Can We Know It? Grand Rapids, Mich.: Eerdmans, 2011.
  • Sanders, E.P. The Historical Figure of Jesus. London: Penguin, 1993.
  • Schröter, Jens. Jesus von Nazaret: Jude aus Galiläa – Retter der Welt. Biblische Gestalten 15. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2006.
  • Theissen, Gerd, and Anette Merz. Der historsiche Jesus: Ein Lehrbuch. 4th ed. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2011 [1996].

Next Level

  • Allison Jr., Dale C. Constructing Jesus: Memory, Imagination and History. Grand Rapids, Mich.: Baker Academic, 2010.
  • Casey, Maurice. Jesus of Nazareth: An Independent Historian’s Account of his Life and Teaching. London: T&T Clark, 2010.
  • Charlesworth, James H., ed. Jesus Research: New Methodologies and Perceptions: The Second Princeton-Prague Symposium on Jesus Research. Grand Rapids: Eerdmans, 2014.
  • Dahl, Nils A. “The Problem of the Historical Jesus.” Pages 81-112 in Nils A. Dahl. Jesus the Christ: The Historical Origins of Christological Doctrine. Edited by Donald H. JuelMinneapolis: Fortress, 1991.
  • Holmén, Tom, and Stanley E. Porter, eds. Handbook for the Study of the Historical Jesus. 4 vols. Leiden: Brill, 2011.
  • Jonge, M. de, e.a. Jezus’ visie op zichzelf: In discussie met De Jonge’s christologie. Nijkerk: Callenbach, 1991.
  • Jonge, M. de. Christologie in context: Jezus in de ogen van zijn eerste volgelingen. Maarssen: De Ploeg, 1992. [Translation of: Christology in Context: The Earliest Christian Respons to Jesus. Philadelphia: Westminster Press, 1988]
  • Jonge, M. de. God’s Final Envoy: Early Christology and Jesus’ Own View of His Mission. Grand Rapids, Mich.: Eerdmans, 1998.
  • Keith, Chris, and Anthony Le Donne, eds. Jesus, Criteria, and the Demise of Authenticity. London: T&T Clark, 2012.
  • Meier, John P. A Marginal Jew: Rethinking the Historical Jesus. 4 vols. New York: Doubleday, 1991-2009.
  • Sanders, E.P. Jesus and Judaism. London: SCM Press, 1985.
  • Schröter, Jens. Von Jesus zum Neuen Testament: Studien zur urchristlichen Theologiegeschichte und zur Entstehung des neutestamentlichen Kanons. Wissenschaftliche Untersuchungen zum Neuen Testament 204. Tübingen: Mohr Siebeck, 2007.
  • Schröter, Jens and Ralph Brucker, eds. Der historische Jesus: Tendenzen und Perspektiven der gegenwärtigen Forschung. Beihefte zur Zeitschrift für die neutestamentliche Wissenschaft und die Kunde der älteren Kirche 114. Berlin: De Gruyter, 2002.
  • Schweitzer, Albert. Geschichte der Leben-Jesu-Forschung. 2nd ed. Tübingen: Mohr Siebeck, 1913 [1906].
  • Theissen, Gerd, and Dagmar Winter. Die Kriterienfrage in der Jesusforschung: vom Differenzkriterium zum Plausibilitätskriterium. Novum Testamentum et Orbis Antiquus 34. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1997.
  • Vermès, Géza. Jesus the Jew: A Historian’s Reading of the Gospels. London: Collins, 1973.

Enkele opmerkingen bij Jona Lenderings Israël verdeeld

Vanmiddag had ik het genoegen de presentatie van het nieuwste boek van Jona Lendering, Israël verdeeld, bij te wonen. Het was naast de deur, dus een goede gelegenheid om mijn exemplaar van het boek te laten signeren en de auteur een hand te schudden. Na een impressie van hoe het is om mee te gaan met een archeologische expeditie door prof.dr. Jürgen Zangenberg (waarbij heel wat mij uit 2011 bekende Horvat Kur people levensgroot het scherm vulden) sprak Jona Lendering aan de hand van de casus van Jezusmythicisme over wat er mis is met de wetenschapsvoorlichting, zoals op bovenstaande foto te zien is.

Ik heb het boek al globaal gelezen en ben nu weer voorin begonnen voor een grondiger leesronde. Wat hier volgt is geen uitgebreide recensie; die kan de lezer elders vinden: o.a. NRC (betaalmuur), Volkskrant, Bijbelaantekeningen. Wel wil ik enkele kleine punten aanstippen die mij zijn opgevallen. Maar eerst wil ik zeggen dat het een heel goed boek is, dat op een toegankelijke manier een overzicht biedt over de geschiedenis van Israël in de woelige eeuwen rond het begin van de jaartelling. Wat mij bijzonder bevalt is dat het boek in kort bestek ook eventjes het onderzoek naar de historische Jezus uitlegt, want dergelijke literatuur is schaars in het Nederlands.

Als oudhistorici gaan schrijven over een onderwerp dat doorgaans door specialisten in het vroege joden- en/of christendom bestudeerd wordt, is dat altijd spannend: een oudhistoricus kijkt vanuit de hele Grieks-Romeinse(-Mesopotamische-etc.) wereld naar één stukje daarvan en dat kan frisse perspectieven opleveren. Mijn (zéér generaliserende) indruk is dat oudhistorici een tikkeltje minder paranoia zijn richting de bronnen dan historisch-kritisch geschoolde collega’s uit de godsdienstwetenschappelijke / theologische hoek. Maar dat kan ik mis hebben. Lenderings boek is qua methodische reflectie op en kritische schifting van de bronnen een bewijs dat de auteur een goed overzicht heeft over de verschillende specialisaties.

Maar in het geval van het Testimonium Flavianum stapt Lendering naar mijn smaak net iets te snel over de problemen heen. Hij presenteert de gereconstrueerde ingekorte versie als consensus. Wat mij betreft zou het Testimonium heel goed volledig van Josefus’ hand kunnen zijn, maar wat zou er gebeuren als we helemaal van het omstreden Testimonium als bron af zouden zien? Het is methodisch immers wel zo veilig om niet al te veel gewicht op een toch wat ‘besmette’ zuil te laten rusten. Het betoog zou aan kracht winnen als kon worden aangetoond dat het gebouw bij de hypothetische weglating van het Testimonium niet instort.

Een ander punt is dat Lendering bij de bespreking van de historische Jezus de zogeheten authenticiteitscriteria hanteert. Dat kan, maar het gaat wel grotendeels voorbij aan de discussies in het vakgebied waarbij deze criteria onder vuur liggen, met name vanwege de impliciete pretentie dat ze met een magische toverstok een individuele passage als ‘authentiek’ zouden kunnen laten gelden. Zo gebruikt Lendering ze natuurlijk niet, maar ik zou zelf deze criteria geen grotere plaats geven dan als vuistregels om te schiften tussen ouder en jonger materiaal, en het woord ‘authenticiteit’ zorgvuldig vermijden.

Het moge duidelijk zijn dat dit opmerkingen zijn op de vierkante millimeter voor de fijnproevers. Het raakt niet aan de lijn van Lenderings betoog en mijn hierboven geuite mening is helder: het is een lezenswaardig boek dat een heel goede inleiding vormt in de wereld waaruit het rabbijnse jodendom en het christendom ontstonden.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 38 andere volgers